Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht - Corpus - Personeel toepassingsgebied, administratieve organisatie en financiering van de sociale zekerheid voor werknemers - Toepassingsgebied, verplichtingen en bijdrageregeling in het algemeen - Bijdragen op het loon - Bijdrageverminderingen - Doelgroepvermindering voor oudere werknemers

2. Vlaamse doelgroepvermindering voor oudere werknemers

BEGINSEL

(art. 339 W 24 december 2002 – Vlaams gewest en art. 6/1 en art. 6/3 KB 16 mei 2003 – Vlaams gewest)

901

Voor de werknemers die werkzaam zijn in of afhangen van een vestigingseenheid in Vlaanderen kunnen werkgevers een doelgroepvermindering genieten voor:

  • de retentie van een oudere zittende werknemer;
  • de aanwerving na 30 juni 2016 van een bij de VDAB ingeschreven oudere niet-werkende werkzoekende die gedurende de voorbije 4 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van de indienstneming niet tewerkgesteld is bij de werkgever die de doelgroepvermindering aanvraagt.

Onder oudere niet-werkende werkzoekenden worden personen verstaan die:

  • bij de VDAB ingeschreven zijn als een niet-werkende werkzoekende;
  • gedurende de voorbije 4 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van hun indienstneming niet zijn tewerkgesteld bij de werkgever die de doelgroepvermindering aanvraagt.

De VDAB bezorgt via elektronische weg aan de RSZ, alle gegevens die de RSZ nodig heeft om op een geautomatiseerde manier het recht op de doelgroepvermindering voor de aanwerving van een oudere niet-werkende werkzoekende te beoordelen.

BEGUNSTIGDEN

(art. 339 W 24 december 2002– Vlaams gewest, art. 5 KB 16 mei 2003 en art. 6/2 KB 16 mei 2003 – Vlaams gewest)

902

De doelgroepvermindering kan genoten worden door de werkgevers die werknemers tewerkstellen welke onderworpen zijn aan het geheel der takken van de socialezekerheidsregeling der werknemers, voor de oudere werknemers die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • behoren tot categorie 1 van de structurele vermindering (zie nr. 893);
  • op de laatste dag van het kwartaal tenminste de leeftijd van 55 jaar bereikt hebben;
  • een refertekwartaalloon hebben dat lager is dan: 

13.945 EUR

tijdens het 1ste, 2de en 3de kwartaal van het jaar

18.545 EUR

tijdens het 4de kwartaal van het jaar (behalve voor de uitzendkrachten)

Voor uitzendkrachten geldt de verhoogde loongrens van 18.545 EUR niet in het 4de kwartaal van het jaar maar wel in het eerste kwartaal van het jaar en dit vanaf 1 januari 2020.

De doelgroepvermindering wordt niet toegekend als de oudere werknemer in het volledige kwartaal geen effectieve arbeidsprestaties levert, behalve in geval van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als vermeld in de Arbeidsovereenkomstenwet, en bij de door de werkgever toegestane vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingstermijn.

DOELGROEPVERMINDERING

(art. 6 en 6/1 KB 16 mei 2003 – Vlaams gewest)

903

De doelgroepvermindering voor de retentie van een oudere zittende werknemer bedraagt:

 

Doelgroepvermindering voor de retentie van een oudere zittende werknemer

Leeftijd werknemer op de laatste dag van het kwartaal

Verminderingsbedrag per kwartaal bij volledige kwartaalprestaties (niet te indexeren bedragen)

≥ 55 jaar

600 EUR

≥ 60 jaar

1.500 EUR

 

De doelgroepvermindering voor de indienstneming van een oudere niet-werkende werkzoekende bedraagt:

 

Doelgroepvermindering voor de indienstneming van een oudere niet-werkende werkzoekende

Leeftijd werknemer op laatste dag van het kwartaal van indienstneming

Verminderingsbedrag per kwartaal bij volledige kwartaalprestaties (niet te indexeren bedragen)

Toekenningsduur

≥ 55 jaar en < de wettelijke pensioenleeftijd

volledige vrijstelling van de (basis)werkgeversbijdragen

kwartaal van indienstneming en de 7 daarop volgende kwartalen

Na die periode van 8 kwartalen of van zodra de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, kan de werkgever de doelgroepvermindering voor oudere zittende werknemers vragen.

Als aan een werkgever een doelgroepvermindering is toegekend voor een werknemer die hij opnieuw in dienst neemt binnen een periode van 4 kwartalen na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst, worden die tewerkstellingen, voor de vaststelling van de forfaitaire doelgroepvermindering en voor de looptijd ervan, als één tewerkstelling beschouwd. De periode tussen de arbeidsovereenkomsten verlengt de periode niet waarin de doelgroepvermindering wordt toegekend.

 

 

 

>