Sociaal Compendium Arbeidsrecht - Corpus - Einde van de arbeidsovereenkomst - Arbeidsrechtelijke wijzen van beëindiging - Onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst - Sanctie bij onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst - Opzeggingsvergoeding - Basis van de opzeggingsvergoeding

 

 

ALGEMEEN

(art. 39 § 1 tweede lid Arbeidsovereenkomstenwet)

4532

De opzeggingsvergoeding behelst niet alleen het lopend loon maar ook de voordelen verworven krachtens de overeenkomst. 

Deze regel is een dwingende wetsbepaling waarvan, vóór de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, bij overeenkomst niet kan worden afgeweken in het nadeel van de werknemer (Cass. 4 januari 1993, JTT 1993, 329, noot; Cass. 29 januari 1996, JTT 1996, 189, noot; dat kan ook niet bij cao: Arbrb. Brussel 9 mei 2006, JTT 2007, afl. 965, 11). 

De opzeggingsvergoeding behelst het loon en de voordelen verworven krachtens de overeenkomst, voor zover het mogelijk is het bedrag of minstens het minimumbedrag ervan met zekerheid vast te stellen op het ogenblik van het ontslag (Cass. 9 maart 1992, RW 1992-93, 291, noot). 

Voor het vaststellen van de basis waarop de opzeggingsvergoeding dient te worden berekend, volstaat het dus niet te refereren aan de bestanddelen die deel uitmaken van het algemeen loonbegrip (zie nr. 2503). Ook de voordelen verworven krachtens de overeenkomst die niet onder dit loonbegrip vallen, komen als zodanig in aanmerking. 

De wet maakt hierbij geen onderscheid naargelang de vergoeding door de werkgever, dan wel door de werknemer verschuldigd is (Arbh. Luik 4 december 1986, JLMB 1987, 307 en Soc.Kron. 1987, 253; Arbh. Gent 25 april 1990, RW 1990-91, 228; Arbh. Luik 18 oktober 1995, Soc.Kron. 1997, 541 (verkort)). De door de werknemer verschuldigde opzeggingsvergoeding betreft echter het brutobedrag (zie nr. 4534). 

Onderzocht dient te worden wat onder lopend loon (zie nr. 4536) en voordelen verworven krachtens de overeenkomst (zie nr. 4543) moet worden begrepen.

 

>