Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht - Corpus - Socialezekerheidsprestaties voor werknemers - Werkloosheidsverzekering - Procedure

 

 

§  1. UITKERINGSAANVRAAG

 

A. Gevallen waarin een uitkeringsaanvraag moet worden ingediend

(art. 133 § 1 Werkloosheidsbesluit)

3382 Een dossier bevattende een uitkeringsaanvraag en alle stukken die de directeur nodig heeft om over het recht op uitkeringen te beslissen en het bedrag ervan te bepalen, moet bij de uitbetalingsinstelling ingediend worden door:

1° de werkloze die voor het eerst uitkeringen wenst te bekomen;

2° de volledig werkloze na een onderbreking van het genot van de uitkeringen;

Onder onderbreking van het genot van de uitkeringen moet worden verstaan, een niet vergoede periode van 28 opeenvolgende kalenderdagen (art. 91 MB).

Zo moet de werkloze die na een periode van arbeidsongeschiktheid een nieuwe aanvraag van werkloosheidsuitkering indient door een persoonlijke werkloosheidsverklaring, zowel de documenten die de aanvraag aanvullen als die welke het administratief dossier uitmaken, binnen de wettelijke termijn indienen (Cass. 3 juni 1991, RW 1991-92, 775 (verkort)).

3° de deeltijdse werknemer met behoud van rechten en de vrijwillig deeltijdse werknemer bedoeld in nr. 3236:

1) wanneer een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid gesloten wordt of later, wanneer hij uitkeringen wenst te verkrijgen;

Herhaalde korte tewerkstellingen in de horeca waarbij met tussenpozen telkens opnieuw een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde duur of een bepaald werk wordt gesloten, is tijdelijke arbeid en geen deeltijdse arbeid (Arbh. Gent 3 december 2010, Soc.Kron. 2010, 204). 

2) bij iedere verlaging van de overeengekomen arbeidsduur (t.e.m. 31 december 2015);

3) bij het einde van zijn tewerkstelling (t.e.m. 31 december 2015);

4) vanaf 1 januari 2016, bij het einde van de periode van ononderbroken opeenvolgende deeltijdse tewerkstellingen (zie nr. 3399);

4° de tijdelijk werkloze:

1) bij de eerste dag tijdelijke werkloosheid, waarvoor hij uitkeringen wenst te bekomen en bij de eerste dag van tijdelijke werkloosheid gelegen na een onderbreking van het genot van de uitkeringen als tijdelijk werkloze gedurende ten minste 36 kalendermaanden;

2) bij de eerste dag tijdelijke werkloosheid waarvoor hij uitkeringen wenst te bekomen na iedere wijziging van de contractuele arbeidsduur;

3) bij de eerste dag tijdelijke werkloosheid, waarvoor hij uitkeringen wenst te bekomen na de indiensttreding bij een nieuwe werkgever;

4) bij de eerste dag tijdelijke werkloosheid gelegen in elke periode van 1 oktober tot 30 september van het daarop volgende jaar, indien de werknemer een hogere uitkering wenst te bekomen; de aanvraag die uitsluitend valt onder de toepassing van deze littera wordt ambtshalve door de uitbetalingsinstelling ingediend;

5) bij de eerste dag tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen waarvoor hij uitkeringen wenst te bekomen in de boven genoemde situaties, indien er geen uitkeringskaart bestaat die vaststelt dat de wachttijdvoorwaarden voor de tijdelijk werklozen zijn vervuld;

6° de werkloze die verhuist, wanneer de gemeente van de nieuwe hoofdverblijfplaats onder een ander werkloosheidsbureau ressorteert;

7° de werkloze die het voorwerp uitmaakte van een beslissing inzake ontzegging, uitsluiting of schorsing van het recht op uitkeringen en die opnieuw uitkeringen wenst te bekomen;

8° de havenarbeider en de werknemer die valt onder het Paritair Subcomité van de handel in brandstoffen van Antwerpen of van Oost-Vlaanderen, die een regeling van bestaanszekerheid geniet, ter gelegenheid van elke uitbetaling van uitkeringen;

9° de jonge werknemer die de jeugdvakantie-uitkering (zie nr. 3239) aanvraagt.

Het dossier moet op het werkloosheidsbureau aankomen uiterlijk op het einde van de tweede maand volgend op het vakantiejaar;

9° bis de werknemer die de seniorvakantie-uitkering (zie nr. 3240) aanvraagt.

Het dossier moet op het werkloosheidsbureau aankomen uiterlijk op het einde van de tweede maand volgend op het vakantiejaar;

10°de werknemer die tewerkgesteld wordt in een tewerkstelling met activeringsuitkeringen, bij de aanvang van de tewerkstelling (zie nr. 3313);

11°de werknemer die de kinderopvangtoeslag (zie nr. 3253) aanvraagt;

Dit dossier bevat een kopie van de arbeidsovereenkomst of een bewijs van aansluiting bij een socialeverzekeringsfonds voor zelfstandigen. Dit dossier moet worden ingediend ten vroegste in de loop van de maand die de aanvang van de tewerkstelling voorafgaat en uiterlijk binnen de periode van 2 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze waarin de tewerkstelling een aanvang neemt (de aanvang van tewerkstelling wordt beschouwd als een wijzigende gebeurtenis die aanleiding geeft tot het verlies van het recht op uitkeringen (zie nr. 3460, 3°)). 

12°de werknemer die de overstappremie (zie nr. 3265) aanvraagt;

13°de werknemer die de mobiliteitstoeslag (zie nr. 3252) aanvraagt;

Dit dossier bevat een kopie van de arbeidsovereenkomst en het bewijs van het niet passend karakter van de dienstbetrekking. Dit dossier moet ingediend worden ten vroegste in de loop van de maand die de aanvang van de tewerkstelling voorafgaat en uiterlijk binnen de periode van 2 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze waarin de tewerkstelling een aanvang neemt (de aanvang van de tewerkstelling wordt beschouwd als een wijzigende gebeurtenis die aanleiding geeft tot het verlies van het recht op uitkeringen (zie nr. 3460, 3°)).

14°de onthaalouder die een opvanguitkering (zie nr. 3267) wenst te bekomen wanneer:

– de onthaalouder voor het eerste de opvanguitkering wenst te bekomen;

– de onthaalouder na gedurende een periode van ten minste 12 kalendermaanden geen opvanguitkering te hebben genoten opnieuw een opvanguitkering wenst te bekomen;

– de onthaalouder de overgang vraagt van een uitbetalingsinstelling naar een andere;

– de onthaalouder van hoofdverblijfplaats verandert (art. 4 KB 26 maart 2003 tot uitvoering van artikel 7, par. 1, derde lid, q, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid de arbeiders, betreffende de onthaalouders).

De aanvraag om opvanguitkeringen moet worden ingediend op het einde van de vierde maand volgend op deze waarvoor voor het eerst of opnieuw de opvanguitkering wordt aangevraagd of waarin de in de vorige alinea vermelde gebeurtenis gelegen is.

Geen enkele reglementaire bepaling staat de RVA toe af te wijken van de verplichting een aanvraag in te dienen op grond van overmacht (Arbh. Bergen 10 oktober 1996, JTT 1997, 315).

 

 

>