Sociaal Compendium socialezekerheidrecht -Corpus - Pensioenregeling

 

  

Afdeling II. Toepassingsgebied

§ 1. VERPLICHTE ONDERWERPING

A. Regel

3957

De Pensioenwet Werknemers bevat een eengemaakte pensioenregeling die, in tegenstelling met wat vroeger het geval was (zie nr. 14), zowel geldt voor werklieden als voor bedienden.

De wet is van toepassing op de werknemers die in België tewerkgesteld zijn geweest ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst en op de langstlevende echtgenoot van deze werknemers die overleden zijn. De werknemers zelf kunnen aanspraak maken op een rustpensioen, de langstlevende echtgenoten van de werknemers op een overlevingspensioen of een overgangsuitkering.

B. Voorbije tewerkstelling als werknemer 

3958

Lit.: DE CLERCK, J., “Tewerkstelling waardoor het recht op een rustpensioen als werknemer wordt geopend en het bewijs ervan”, TBP 1984, 401-410. 

1. BEGINSEL

(art. 1 lid 1 1° en lid 4 KB nr. 50)

3959

In beginsel vallen alleen personen die tewerkgesteld zijn geweest ter uitvoering van enige arbeidsovereenkomst (en hun langstlevende echtgenoten) onder de pensioenregeling voor werknemers, behalve die waardoor werknemers in aanmerking komen voor een pensioenregeling die is vastgesteld bij of krachtens een wet, een provinciaal reglement of door de NMBS Holding of HR Rail.

Evenwel worden bepaalde werknemers uit het toepassingsgebied van de pensioenregeling voor werknemers gesloten, terwijl anderzijds de toepassing van die regeling wordt uitgebreid tot bepaalde niet-werknemers en tot bepaalde perioden waarin er geen tewerkstelling is geweest.

De flexi-jobwerknemers (zie nr. 1072) worden voor de toepassing van het KB nr. 50 met werknemers gelijkgesteld.

>