Sociaal Compendium Arbeidsrecht - Corpus - Schorsing van de arbeidsovereenkomst - Schorsingsgevallen - Afwezigheid wegens pleegzorg en pleegouderverlof

 § 2. Pleegouderverlof

 

3821 Art. 30sexies Arbeidsovereenkomstenwet 

3822 Duur van pleegouderverlof

Sinds 1 januari 2019 heeft de werknemer die is aangesteld als pleegouder en die naar aanleiding van een plaatsing in het kader van een langdurige pleegzorg een minderjarig kind in zijn gezin onthaalt, met het oog op de zorg voor dit kind, een eenmalig recht op pleegouderverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximum 6 weken (wet 6 september 2018 tot wijziging van de regelgeving met het oog op de versterking van het adoptieverlof en tot invoering van een pleegouderverlof).

Het moet gaan om een aanstelling als pleegouder:

  • door de rechtbank;
  • een door de gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg;
  • de diensten van l’Aide à la Jeunesse;
  • of door het Comité Bijzondere Jeugdbijstand. 

Het recht op pleegouderverlof geldt onverminderd het recht op de 6 dagen afwezigheid per jaar (zie nr. 3812). 

Indien de werknemer ervoor kiest om niet het toegestane maximum aantal weken pleegouderverlof op te nemen, dient het verlof ten minste een week of een veelvoud van een week te bedragen. 

Langdurige pleegzorg is pleegzorg waarvan bij de aanvang duidelijk is dat het kind voor minstens 6 maanden in hetzelfde pleeggezin bij dezelfde pleegouder of bij dezelfde pleegouders zal blijven. 

Het pleegouderverlof van 6 weken per pleegouder wordt in de periode 2019-2027 opgetrokken met een aantal bijkomende weken voor de pleegouder of voor de beide pleegouders samen volgens hetzelfde groeipad als dat waarin is voorzien voor het adoptieverlof (zie nr. 3806; zie ook: art. 1 KB 1 maart 2019 tot uitvoering van sommige bepalingen van artikel 30sexies van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten inzake pleegouderverlof). 

Indien het pleeggezin bestaat uit twee personen, die beiden zijn aangesteld als pleegouder van het kind, worden de bijkomende weken tussen hen verdeeld, waarbij er in voorkomend geval rekening wordt gehouden met het recht op pleegouderverlof van de andere pleegouder in de regeling van de zelfstandigen (zie art. 18bis § 4 KB nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen). 

De maximumduur van het pleegouderverlof wordt verdubbeld wanneer het kind getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % of een aandoening die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch- sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag of dat ten minste 9 punten toegekend worden in de 3 pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag (zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2019-2020, nr. 4290). 

3823 Onthaal van meerder kinderen

De maximumduur van het pleegouderverlof wordt met 2 weken per pleegouder verlengd ingeval van gelijktijdig onthaal van meerdere minderjarige kinderen naar aanleiding van een plaatsing in het kader van langdurige pleegzorg. 

3824 Tijdstip van opname

Om het recht op pleegouderverlof te kunnen uitoefenen, moet dit verlof een aanvang nemen binnen 12 maanden volgend op de inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin van de werknemer in het bevolkingsregister in het vreemdelingenregister van de gemeente waar hij zijn verblijfplaats heeft. 

3825 Loon – uitkeringen

Tijdens de eerste 3 dagen van het pleegouderverlof heeft de werknemer recht op het behoud van zijn normaal loon ten laste van de werkgever (art. 2 KB 1 maart 2019 tot uitvoering van sommige bepalingen van artikel 30sexies van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten inzake pleegouderverlof).

Voor werklieden wordt het normale loon berekend overeenkomstig de wetgeving op de feestdagen. De werkman heeft enkel recht op het normale loon voor de dagen van gewone activiteit waarvoor hij aanspraak had kunnen maken op loon, indien hij niet in de onmogelijkheid had verkeerd om te werken (zie art. 56 Arbeidsovereenkomstenwet). 

Gedurende de volgende dagen van het pleegouderverlof geniet de werknemer een uitkering in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen Het bedrag van de uitkering komt overeen 82 % van het loonplafond dat wordt in aanmerking genomen voor het vaststellen van de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering of 116,87 euro per dag (vanaf 1 januari 2019; zie art. 223quinquies Uitvoeringsbesluit Ziektewet). 

3826 Verwittiging van de werkgever

De werknemer die gebruik wenst te maken van het recht op pleegouderverlof, dient zijn werkgever ten minste 1 maand voor de opname van het verlof hiervan schriftelijk op de hoogte te brengen. 

De termijn van 1 maand kan in overeenstemming tussen de werkgever en de werknemer worden ingekort. 

De kennisgeving moet gebeuren door middel van een aangetekend schrijven of door overhandiging van een geschrift, waarvan het duplicaat voor ontvangst wordt ondertekend door de werkgever. De kennisgeving dient de begin- en einddatum van het pleegouderverlof te vermelden.

De werknemer dient, uiterlijk op het ogenblik waarop het pleegouderverlof ingaat, aan de werkgever de documenten te verstrekken ter staving van de gebeurtenis die het recht op pleegouderverlof doet ontstaan. 

3827 Ontslagbescherming

De werkgever mag geen handeling stellen die ertoe strekt eenzijdig een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst van de werknemer die gebruik maakt van zijn recht op pleegouderverlof gedurende een periode die ingaat 2 maanden voor de opname van dit verlof en eindigt 1 maand na het einde ervan, behalve om redenen die vreemd zijn aan de opname van het pleegouderverlof. 

De werkgever dient te bewijzen dat zulke redenen voorhanden zijn. 

Indien de ingeroepen reden tot staving van het ontslag niet vreemd is aan de opname van het pleegouderverlof of bij ontstentenis van reden, moet de werkgever aan de werknemer een forfaitaire vergoeding betalen gelijk aan het loon voor 3 maanden, onverminderd de vergoedingen verschuldigd in geval van onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. 

De vergoeding mag niet samen worden genoten met andere vergoedingen die zijn bepaald in het kader van een bijzondere beschermingsprocedure tegen ontslag. 

Er zijn geen socialezekerheidsbijdragen verschuldigd op de bijzondere ontslagvergoeding (zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2019-2020, nr. 684). De bijzondere ontslagvergoeding wordt belast als een beëindigingsvergoeding (Com.IB nr. 31/18.3 en 171/270, naar analogie; zie i.v.m. de belasting van de beëindigingsvergoeding nr. 5033). 

3828 Toezicht en sancties

De inbreuken op de bepalingen m.b.t. het pleegverlof worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek (art. 138 Arbeidsovereenkomstenwet; zie nr. 5353). 

Zie voor de voor het toezicht bevoegde ambtenaren: art. 6/2 KB 1 juli 2011 tot uitvoering van de artikelen 16, 13°, 17, 20, 63, 70 en 88 van het Sociaal Strafwetboek en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht. 

Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die in strijd met de Arbeidsovereenkomstenwet het langdurig pleegverlof niet heeft toegekend aan een werknemer die er recht op heeft. De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers (art. 148 Sociaal Strafwetboek; zie nr. 5504). De vermenigvuldigde (strafrechtelijke of administratieve) geldboete mag niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen (art. 103 Sociaal Strafwetboek).

 

 

 

>