27 april en 2 mei 2018: data om te onthouden wat de opzeggingstermijn betreft

14-2018- 30 maart t.e.m. 5 april

Eind vorige week werd in het Belgisch Staatsblad de wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie gepubliceerd. 

De zopas gepubliceerde wet bevat het merendeel van de bepalingen uit het oorspronkelijke ontwerp van de zogenaamde Relancewet, dat nog steeds geblokkeerd is doordat een belangenconflict werd ingeroepen door de Franse gemeenschapscommissie (zie SoCompact nr. 50-2017). 

De bepalingen betreffende het ‘verenigingswerk’ en de ‘occasionele diensten tussen burgers’ die voorzien in de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden onbelast en zonder socialezekerheidsbijdragen bij te verdienen, en die het belangenconflict veroorzaakten, zijn niet opgenomen in de wet van 26 maart 2018. 

In de komende weken krijgt u in SoCompact een bespreking van de belangrijkste sociale bepalingen uit de nieuwe wet. 

1. Nieuwe opzeggingstermijnen voor werknemers met minder dan 6 maanden anciënniteit 

Door de Wet op het eenheidsstatuut zijn sinds 1 januari 2014 nieuwe opzeggingstermijnen van toepassing. Die nieuwe opzeggingstermijnen zijn gelijk voor bedienden en voor werklieden (zie SoCompact nr. 49-2013).

De opzeggingstermijnen worden nu opnieuw gewijzigd voor opzeggingen door de werkgever in de beginfase van de tewerkstelling. 

De opzeggingstermijn die de werkgever moet naleven tijdens de eerste 4 maanden van de arbeidsovereenkomst bouwt voortaan langzamer op. Na 5 maanden anciënniteit zal de werkgever echter een opzeggingstermijn van 5 weken moeten geven, terwijl nu 4 weken volstaan. 

Vanaf een anciënniteit van 6 maanden blijven de door de werkgever na te leven opzeggingstermijnen ongewijzigd. Ook de opzeggingstermijnen in geval van opzegging door de werknemer blijven gelijk. 

De onderstaande tabel geeft de nieuwe en oude opzeggingstermijnen weer:

tabel

 2. Inwerkingtreding  

De nieuwe opzeggingstermijnen treden in werking op 1 mei 2018. 

Maar de opzeggingen die vóór 1 mei 2018 zijn betekend, blijven al hun gevolgen behouden. 

De werkgever kan de opzegging enkel ter kennis brengen met een gerechtsdeurwaardersexploot of met een aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na de datum van verzending. In het geval dat de werkgever de opzegging ter kennis brengt met een aangetekende brief, zijn de huidige opzeggingstermijnen nog van toepassing indien de aangetekende brief uitwerking heeft vóór 1 mei 2018 (zie Sociaal Compendium Arbeidsrecht 2017-2018, nr. 4085 t.e.m. 4089). 

De oude opzeggingstermijnen zijn dus van toepassing op de werknemers aan wie de opzegging wordt ter kennis gebracht:

  • met een gerechtsdeurwaardersexploot vóór dinsdag 1 mei 2018,
  • met een aangetekende brief verzonden uiterlijk op donderdag 26 april 2018. 

De nieuwe opzeggingstermijnen zijn daarentegen van toepassing op de werknemers aan wie de opzegging wordt ter kennis gebracht:

  • met een gerechtsdeurwaardersexploot na dinsdag 1 mei 2018,
  • met een aangetekende brief verzonden op vrijdag 27 april 2018 of na die datum. 

Indien de werkgever de arbeidsovereenkomst onmiddellijk beëindigt met betaling van een opzeggingsvergoeding, is de oude opzeggingstermijn van toepassing als de arbeidsovereenkomst een einde neemt vóór of op 30 april 2018. De opzeggingsvergoeding moet worden berekend aan de hand van de nieuwe opzeggingstermijn indien de arbeidsovereenkomst een einde neemt na 30 april 2018. 

3. Arbeidsreglement 

Het arbeidsreglement moet de duur van de opzeggingstermijnen bevatten of de nadere regelen voor het bepalen van de opzeggingstermijnen of de verwijzing naar de wettelijke en reglementaire bepalingen over de opzeggingstermijnen. 

In het geval dat het arbeidsreglement de duur van de opzeggingstermijnen vermeldt, zal het moeten worden aangepast tegen 1 mei 2018. De specifieke procedure voor het wijzigen van het arbeidsreglement moet echter niet worden gevolgd. Het gaat immers om de wijziging van louter informatieve vermeldingen. 

Wel moet de werkgever aan de werknemers een afschrift van het gewijzigde arbeidsreglement bezorgen. Het is aan te raden elke werknemer een ontvangstbewijs te laten ondertekenen. 

Ook moet binnen de 8 dagen na de inwerkingtreding van het gewijzigde arbeidsreglement een afschrift van de wijzigingen worden verzonden aan de sociale inspectiedienst Toezicht op de sociale wetten.

Ann Taghon.

 

BRON: art. 2 t.e.m. 4 wet 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, BS 30 maart 2018, tweede uitgave.

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>