'Corona-MB' aangepast en verlengd

     2-2021 - 8 t.e.m. 14 januari 

Deze week verscheen in het Belgisch Staatsblad een ministerieel besluit dat de geldingsduur van het ‘corona-MB [1]’ verlengt tot 1 maart 2021. 

Wat tewerkstelling betreft, betekent dit onder andere dat telethuiswerk verplicht blijft bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten voor alle personeelsleden, tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening. 

Het deze week gepubliceerde ministerieel besluit bevat ook een aantal wijzigingen aan het ‘corona-MB’. Hieronder worden de wijzigingen in het domein van het sociaal recht vermeld. De wijzigingen zijn op 12 januari 2021 in werking getreden. 

  1. Werkgevers of gebruikers die tijdelijk een beroep doen op buitenlandse werknemers 

Werkgevers of gebruikers die tijdelijk een beroep doen op een in het buitenland wonende of verblijvende werknemer voor het uitvoeren van werkzaamheden in België, moeten specifieke coronapreventiemaatregelen nemen. Die verplichtingen bestonden al. Maar tot voor kort golden ze enkel voor werkgevers en gebruikers uit de sectoren bouw, schoonmaak, land- en tuinbouw en in de vleessector. Sinds 12 januari 2021 gelden de verplichtingen in alle sectoren. 

Registratieplicht 

De betrokken werkgevers en gebruikers moeten een register bijhouden met een aantal gegevens over de buitenlandse werknemer of zelfstandige. Het betreft de volgende gegevens: de identificatiegegevens van de werknemer of de zelfstandige, zijn verblijfplaats, een telefoonnummer waarop hij kan gecontacteerd worden en in voorkomend geval de personen waarmee hij samenwerkt. 

Het register moet worden bijgehouden vanaf het begin van de werkzaamheden t.e.m. de veertiende dag na het einde ervan. 

De registratieverplichting is niet van toepassing op de tewerkstelling van grensarbeiders en geldt ook niet wanneer het verblijf van de buitenlandse werknemer of zelfstandige in België minder dan 48 uur duurt. 

Controle op het Passagier Lokalisatie Formulier 

De werkgever of de gebruiker heeft niet alleen een registratieplicht, hij moet vóór de aanvang van de werkzaamheden ook nagaan of het Passagier Lokalisatie Formulier (PLF) werd ingevuld wanneer de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige ertoe gehouden is dat formulier in te vullen. Als er geen bewijs is dat het PLF werd ingevuld, moet de werkgever of de gebruiker erover waken dat het formulier is ingevuld uiterlijk op het moment waarop de werkzaamheden in België worden aangevat. 

De verplichtingen m.b.t. het register en het PLF gelden niet voor een natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden. 

Bewijs van een negatief testresultaat 

Naast de verplichtingen die gelden voor de werkgever of de gebruiker, wordt ook een verplichting opgelegd aan de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige. De werknemer of de zelfstandige moet het bewijs leveren van een negatief resultaat van een coronatest die werd afgenomen ten vroegste 72 uur voor de aanvang van zijn werkzaamheden of activiteit in België, wanneer hij langer dan 48 uur op het Belgisch grondgebied blijft. 

Het resultaat van de test kan worden gecontroleerd door de preventieadviseurs-arbeidsartsen en door alle voor het toezicht op de naleving van de coronamaatregelen bevoegde inspectiediensten. 

  1. Toezicht op de naleving van de coronamaatregelen op de arbeidsplaats 

Een andere nieuwigheid in het ‘corona-MB’ is de toevoeging van een artikel 3bis dat bepaalt dat personen die zich op de arbeidsplaats bevinden, de verplichtingen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken zoals vastgesteld door de bevoegde overheden, moeten naleven. 

De preventieadviseurs-arbeidsartsen en alle voor het toezicht op de naleving van de coronamaatregelen bevoegde inspectiediensten kunnen aan de betrokken personen vragen het bewijs te leveren dat zij die verplichtingen naleven. 

Met de verplichtingen zoals vastgesteld door de bevoegde overheden worden de verplichtingen bedoeld die zijn opgelegd door de federale overheid zoals bijvoorbeeld de verplichting om een PLF in te vullen en/of om een negatief testresultaat voor te leggen bij terugkeer uit een rode zone. 

Ook worden hiermee de regels over de quarantaineplicht, de verplichte testen en de contactopsporing bedoeld die zijn vastgesteld door de regionale overheden (zie nieuwsbericht FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg). In Vlaanderen zijn de regels over de quarantaine en de verplichte testen sinds 12 januari 2021 bepaald in het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en een uitvoeringsbesluit [2]. 

De preventieve gezondheidszorg behoort immers tot de bevoegdheid van de gemeenschappen (zie Sociaal Compendium Arbeidsrecht 2020-2021, nr. 103).

In grote lijnen houden die regels in dat besmette personen, personen die terugkeren uit een hoogrisicogebied en personen die een hoogrisicocontact gehad hebben, verplicht in quarantaine moeten gaan en dat er voor de twee laatst vermelde categorieën een testverplichting geldt. 

Wat de personen betreft die terugkeren uit een hoogrisicogebied gelden uitzonderingen op de verplichte quarantaine en test voor personen die voor minder dan 48 uur in het hoogrisicogebied geweest zijn en voor personen voor wie de kans op besmetting door hun gedrag in het hoogrisicogebied laag ingeschat wordt op basis van een zelfevaluatie in het PLF. 

Er geldt ten slotte ook een uitzondering voor personen die om essentiële redenen in het hoogrisicogebied geweest zijn. Het gaat om een aantal categorieën van personen zoals bijvoorbeeld grensarbeiders, vervoerspersoneel, diplomaten, ….. 

Hoe die uitzondering moet gerijmd worden met de uitzondering op de verplichte quarantaineregels voor kritische functies in essentiële sectoren waarin werd voorzien door het overlegcomité van 30 december 2020 en die wordt toegelicht op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, is voor mij niet duidelijk. 

Ann Taghon. 

BRON: MB 12 januari 2021 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, BS 12 januari 2021, derde editie

MB 14 januari 2021 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, BS 15 januari 20121, tweede editie

 

[1] Ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het corona-virus COVID-19 te beperken, al meermaals gewijzigd.

[2] Art. 47/1 Decr.Vl. van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid ingevoegd bij decreet 18 december 2020, BS 28 december 2020.

Art. 3 BVR van 8 januari 2021 tot uitvoering van artikel 34/1, tweede lid, en artikel 47/1 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en tot wijziging van het BVR van 12 juni 2020 tot uitvoering van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19, BS 11 januari 2020.

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>