COVID-19 kan mogelijk erkend worden als arbeidsongeval

 41-2020-2-8 oktober 

 

1. COVID-19 als beroepsziekte

 

COVID-19, de ziekte veroorzaakt door het SARS-CoV2-coronavirus, wordt erkend als een beroepsziekte voor bepaalde werknemers uit bepaalde sectoren. Dat betekent dat deze werknemers aanspraak kunnen maken op een vergoeding ten laste van het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s (Fedris) als zij door de ziekte getroffen zijn.

Het gaat met name om:

  • werknemers in de gezondheidszorg die een aanzienlijk verhoogd risico lopen op besmetting met het virus, en
  • werknemers die werkzaam zijn in cruciale sectoren en essentiële diensten (zie bijlage MB 23 maart 2020) en die daar in de periode van 18 maart tot en met 17 mei 2020 hebben gewerkt (op voorwaarde dat de ziekte werd vastgesteld in de periode van 20 maart 2020 t.e.m. 31 mei 2020).

Voor deze twee categorieën van werknemers bestaat er een onweerlegbaar vermoeden dat de ziekte veroorzaakt werd door de uitoefening van het beroep.

De werknemer die niet tot een van deze categorieën behoort, kan ook een erkenning als beroepsziekte bekomen maar zal daarvoor het bewijs moeten leveren dat hij die ziekte heeft opgelopen in de loop van zijn professionele activiteiten en niet in andere omstandigheden. Dat bewijs is moeilijk te leveren.

 

2. COVID-19 als arbeidsongeval

 

In de recentste versie van zijn FAQ COVID-19 verduidelijkt Fedris dat COVID-19, onder bepaalde voorwaarden, ook kan erkend worden als arbeidsongeval.

Om van een arbeidsongeval te kunnen spreken, moet er sprake zijn

  1. van een plotselinge gebeurtenis,
  2. die een letsel heeft veroorzaakt (in deze COVID-19),
  3. en die optrad tijdens,
  4. en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

Naar het oordeel van Fedris kan het contact met een besmette persoon (cliënt, collega of iedere andere persoon met wie de werknemer in contact komt tijdens de uitvoering van zijn werk) of met een besmet voorwerp, de vereiste plotselinge gebeurtenis uitmaken (voor zover men die gebeurtenis kan isoleren en kan aanwijzen als de oorsprong van het letsel en voor zover zij optreedt binnen de termijn die momenteel als incubatietijd wordt aanvaard).

Bovendien zijn er in de arbeidsongevallenwetgeving een aantal vermoedens ingeschreven. Ingevolge die wettelijke vermoedens, kan het bewijs door de betrokken (door COVID getroffen) werknemer van contact met een besmette persoon of met een besmet voorwerp, tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, tot een vermoeden van arbeidsongeval leiden.

De arbeidsongevallenverzekeraar kan dit vermoeden wel weerleggen. Fedris benadrukt evenwel dat de loutere vaststelling, zelfs indien bewezen, dat de besmetting mogelijk niet heeft plaatsgevonden als gevolg van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of nog, dat de besmetting mogelijk niet het resultaat is van contact met een besmette persoon in het beroepsleven, niet volstaat om de wettelijke vermoedens te weerleggen.

De kans dat een werknemer getroffen door COVID-19, een erkenning als slachtoffer van een arbeidsongeval bekomt, is dus reëel. Is een werknemer het slachtoffer van een arbeidsongeval, dan dient de werkgever daarvan aangifte te doen bij zijn arbeidsongevallenverzekeraar (zie ook Sociaal Compendium Arbeidsrecht 2019-2020, nr. 2205).

Ester Van Oostveldt.

 

BRON: FAQ COVID-19 (fedris.be)

Nog vragen over de arbeidsongevallen- of beroepsziektenwetgeving en COVID-19? Stel uw vraag aan SoConsult. Om een vraag te stellen aan SoConsult moet je niet betalen. Betalen hoeft pas als je een voorstel van prijs en termijn hebt gekregen en daarmee akkoord gaat.

Ondanks alle zorg die aan deze nieuwsbrief is besteed, blijven vergissingen mogelijk. De auteur en het advocatenkantoor Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse kunnen daarvoor echter geen aansprakelijkheid aanvaarden.

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>