De activeringsbijdrage: het Grondwettelijk Hof vernietigt de overgangsbepalingen

 44-2019 - 25 t.e.m. 31 oktober

Werkgevers die werknemers vrijstellen van prestaties met behoud van loon zijn, sinds 1 januari 2018, op het loon van die werknemers een bijzondere activeringsbijdrage verschuldigd bovenop de gewone socialezekerheidsbijdragen (zie SoCompact nr. 3-2018, SoCompact nr. 9-2019 en Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2018-2019, nr. 1321). De activeringsbijdrage is ingeschreven in artikel 38 §3septdecies van de Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid door de Programmawet van 25 december 2017.

De activeringsbijdrage is verschuldigd vanaf 1 januari 2018 maar niet voor de werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties gestapt zijn:

  • vóór 28 september 2017, of,
  • in toepassing van een cao van bepaalde duur afgesloten en neergelegd vóór 28 september 2017, of,
  • in het geval van overheidsbedrijven, in toepassing van een regeling afgesloten in het paritair comité vóór 28 september 2017.

Naar het oordeel van het Grondwettelijk Hof kan het gebruik van de scharnierdatum van 28 september 2017 niet wettig verantwoord worden.

De programmawet waarmee de activeringsbijdrage werd ingevoerd, werd immers pas op 29 december 2017 gepubliceerd. Werkgevers konden pas vanaf die datum met zekerheid weten wanneer de activeringsbijdrage precies verschuldigd is. Het feit dat de activeringsbijdrage op 26 juli 2017 het voorwerp uitmaakte van een mededeling op de website van de FOD Werkgelegenheid, doet daaraan geen afbreuk. Een dergelijke aankondiging kan de ontstentenis van een wet niet compenseren.

Bovendien zorgt het gebruik van de scharnierdatum van 28 september 2017 ervoor dat:

  • enerzijds de werkgevers van werknemers die vóór de bekendmaking van de bestreden bepalingen in het Belgisch Staatsblad in een mechanisme van vrijstelling van prestaties zijn gestapt, zonder redelijke verantwoording verschillend worden behandeld al naargelang hun werknemers vóór of na 28 september 2017 in een dergelijk mechanisme zijn gestapt,
  • anderzijds de werkgevers die individuele of collectieve overeenkomsten hebben gesloten tussen 28 september 2017 en 29 december 2017 en de werkgevers die die overeenkomsten hebben gesloten na de bekendmaking van de Programmawet van 25 december 2017 in het Belgisch Staatsblad, op dezelfde wijze worden behandeld zonder dat daarvoor een redelijke verantwoording bestaat.

Om die redenen vernietigt het Grondwettelijk Hof de in artikel 38 §3septdecies ingeschreven overgangsbepalingen in zoverre de vrijstelling van de activeringsbijdrage die erin wordt beoogd, niet van toepassing is op de werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties zijn gestapt met toepassing van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst gesloten tussen 28 september 2017 en de publicatiedatum van de Programmawet van 25 december 2017 (29 december 2017).

Ester Van Oostveldt.

Nog vragen omtrent de activerings- of een andere RSZ-bijdrage? Stel uw vraag hier!

BRON: GwH 24 oktober 2019, nr. 152/2019.

Ondanks alle zorg die aan deze nieuwsbrief is besteed, blijven vergissingen mogelijk. De auteur en het advocatenkantoor Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse kunnen daarvoor echter geen aansprakelijkheid aanvaarden.

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>