Elke werknemer kan een aanvullend pensioen in de tweede pensioenpijler opbouwen

 

3-2019 - 11 - 17 januari 2019

Een wet van 6 december 2018 geeft werknemers, die nu geen of slechts een laag aanvullend pensioen hebben, de mogelijkheid zelf het initiatief te nemen tot het opbouwen van een aanvullend pensioen binnen de tweede pensioenpijler. Die nieuwe mogelijkheid wordt het vrij aanvullend pensioen voor werknemers (hierna VAPW) genoemd. Het VAPW wordt gefinancierd door inhoudingen op het nettoloon van de werknemer. Het initiatief tot het opbouwen van een dergelijk VAPW ligt volledig bij de werknemer. De tussenkomst van de werkgever blijft beperkt tot het verrichten van de vereiste inhoudingen.

Uitbreiding van de tweede pensioenpijler

De tweede pensioenpijler bestaat op dit ogenblik uit:

  • de aanvullende pensioenen opgebouwd voor een werknemer via de werkgever d.m.v. een groepsverzekering, een pensioenfonds of een sectorpensioen,
  • de aanvullende pensioenen opgebouwd door een zelfstandige via het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) of een individuele pensioentoezegging (IPT) als de zelfstandige een vennootschap heeft of de sinds vorig jaar nieuw ingevoerde pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ) als de zelfstandige geen vennootschap heeft.

De wet van 6 december 2018 vult die tweede pijler aan met het vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW). Een schematisch overzicht van de vier pijlers van het Belgische pensioenlandschap vindt u onderaan deze bijdrage.

Wie doet wat? Verplichtingen werkgever en werknemer binnen het VAPW

De werkgever:

  • houdt de bijdrage ter financiering van het VAPW in op het nettoloon van de werknemer,
  • stort de bijdrage door aan de door de werknemer gekozen pensioeninstelling.

De werknemer:

  • sluit een pensioenovereenkomst af bij een door hem vrij gekozen pensioeninstelling,
  • bepaalt voor elk jaar van opbouw het bedrag van de bijdragen binnen de wettelijk bepaalde limieten,
  • bezorgt de werkgever, ten minste twee maanden vóór de eerste inhouding, de gegevens die van belang zijn voor het verrichten van de inhouding op het nettoloon,
  • brengt de werkgever, ten laatste twee maanden vóór ze effectief wordt, op de hoogte van iedere aanpassing of stopzetting van de uit te voeren inhouding.

De werknemer kiest de pensioeninstelling waarbij hij een pensioenovereenkomst afsluit. De werkgever kan wel een kaderakkoord afsluiten met een pensioeninstelling waarbij zijn werknemers een pensioenovereenkomst kunnen afsluiten. De werknemer is evenwel niet verplicht die pensioeninstelling te kiezen.

Hoogte van de bijdrage

De werknemer bepaalt vrij het bedrag van de bijdragen maar moet wel rekening houden met de wettelijk bepaalde maximumbijdrage. De berekeningswijze van die maximumbijdrage zorgt ervoor dat het VAPW enkel open staat voor werknemers die geen of slechts een beperkt aanvullend pensioen in de tweede pijler hebben.

De maximale jaarlijkse bijdrage komt voor een jaar van opbouw overeen met het verschil tussen:

  • 1.600 EUR (bedrag voor 2018) of 3 % van het referentieloon (indien dat percentage een hoger bedrag oplevert),
  • eventuele pensioenrechten die tijdens de referentieperiode in de tweede pensioenpijler als werknemer zijn opgebouwd.

Het referentieloon is het totale brutoloon onderworpen aan de socialezekerheidsbijdragen, genoten door de werknemer in de loop van het tweede jaar (n-2) dat voorafgaat aan het jaar van opbouw, en opgenomen op de individuele rekening.

Wanneer treedt het VAPW in werking?

De nieuwe regeling van het VAPW treedt in werking op 27 maart 2019, dit is drie maanden na de publicatie van de wet van 6 december 2018 in het Belgisch Staatsblad.

Schematisch overzicht van de vier pensioenpijlers in het Belgische pensioenlandschap na de inwerkingtreding van het VAPW: 

Eerste pijler

Tweede pijler

Derde pijler

Vierde pijler

wettelijk pensioen

aanvullende pensioenstelsels verbonden aan de beroepsactiviteit

individuele pensioenopbouw met fiscaal voordeel

sparen zonder fiscaal voordeel

werknemers:

  • op initiatief van de werkgever: groepsverzekering, pensioenfonds, sectorpensioen
  • op initiatief van de werknemer: VAPW

zelfstandigen:

  • VAPZ
  • IPT (voor zelfstandigen met vennootschap)
  • POZ (voor zelfstandigen zonder vennootschap)

 

  • pensioensparen
  • langetermijnsparen

 

  • spaarrekeningen,
  • beleggingsfondsen,
  • verzekeringsproducten
  • vastgoed,…

Opmerking: de werknemer die een bedrijf waar hij kon rekenen op een aanvullend pensioen inruilt voor een ander dat niet in een dergelijk aanvullend pensioen voorziet, kan nu al, onder bepaalde voorwaarden, beslissen tot individuele voortzetting van dat aanvullend pensioen. Die mogelijkheid verdwijnt na de inwerkingtreding van het VAPW. De bestaande overeenkomsten tot individuele voortzetting van collectieve plannen blijven wel gelden.

Ester Van Oostveldt.

 

Nog vragen omtrent het aanvullend of wettelijk pensioen? Stel uw vraag hier!

 

BRON: Wet 6 december 2018 tot instelling van een vrij aanvullend pensioen voor de werknemers en houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen, BS 27 december 2018.

Ondanks alle zorg die aan deze nieuwsbrief is besteed, blijven vergissingen mogelijk. De auteur en het advocatenkantoor Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse kunnen daarvoor echter geen aansprakelijkheid aanvaarden.

 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>