Het (bijna) absolute recht op vakantie / Inspanning voor risicogroepen opnieuw geactiveerd voor de periode 2017-2018

48 - 2017 - 24 t.e.m. 30 november

 

Het (bijna) absolute recht op vakantie

HvJ 29 november 2017, C-214/16 (King)

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft vroeger al in verschillende arresten duidelijk gemaakt dat een werknemer die om redenen buiten zijn wil zijn recht op vakantie niet heeft kunnen uitoefenen vόόr zijn arbeidsovereenkomst een einde neemt, zijn recht op vakantie behoudt. Het recht van de Europese Unie laat niet toe dat een lidstaat bepaalt dat dit recht vervalt aan het einde van een referentieperiode. Het Hof besliste dat i.v.m. een afwezigheid als gevolg van ziekte. Alleen in specifieke omstandigheden, zoals verschillende opeenvolgende periodes van arbeidsongeschiktheid, kan de cumulatie of overdracht van het recht op jaarlijkse vakantie worden beperkt door een overdrachtsperiode in te voeren van bv. vijftien maanden (zie SoCompact nr. 2009/32).

Wat geldt voor het recht op vakantie, geldt ook voor het recht op vakantiegeld: beide zijn twee aspecten van hetzelfde recht.

In het bovenvermelde arrest verwijst het Hof van Justitie naar zijn rechtspraak i.v.m. arbeidsongeschiktheid in een zaak waarin het beslist over een geval van een persoon die dertien jaar lang niet alle vakantie nam waarop een werknemer recht heeft, omdat hij ten onrechte dacht dat hij een zelfstandige was. Hij had inderdaad een overeenkomst gesloten die werd gekwalificeerd als een “contract als zelfstandige op commissiebasis”. De rechter besliste echter dat hij een schijnzelfstandige en dus een werknemer was.

Welnu, zo beslist het Hof van Justitie, het feit dat de betrokkene niet alle vakantie heeft opgenomen waarop een werknemer aanspraak kan maken en dat hij vakantie heeft opgenomen zonder vakantiegeld, belet evenmin als het feit dat zijn opdrachtgever ten onrechte van mening was dat hij geen recht had op jaarlijkse vakantie met vakantiegeld, dat hij op het tijdstip van beëindiging van zijn dienstverband het recht behoudt op vakantiegeld.

Dat laatste is naar Belgisch recht in ieder geval zo geregeld.

Willy van Eeckhoutte.

 

Inspanning voor risicogroepen opnieuw geactiveerd voor de periode 2017-2018

 

KB 12 november 2017 ter activering van de inspanning ten voordele van personen die tot de risicogroepen behoren voor de periode 2017-2018 (BS 28 november 2017)

Sinds 1989 voorzien diverse wetten, in uitvoering van de interprofessionele akkoorden, in bijzondere inspanningen van de werkgevers ten voordele van de zgn. risicogroepen (voor de invulling van het begrip risicogroepen, zie www.sociaalcompendium.be).

Sinds 2007 is in een dergelijke inspanning voorzien door een wet van 27 december 2006. Die wet verplicht de werkgevers een inspanning te leveren van 0,10 % van de loonmassa. Het systeem berust op een dubbele mogelijkheid. Ofwel wordt op het vlak van de bedrijfstak of van de onderneming een cao gesloten die voorziet in initiatieven ten voordele van de risicogroepen tot beloop van het vooropgestelde percentage van de loonmassa. Ofwel wordt een daarmee overeenstemmende bijdrage betaald aan de RSZ.

De bepalingen in de wet van 27 december 2006 waarin de regeling ten voordele van personen die behoren tot de risicogroepen staat ingeschreven, moeten tweejaarlijks geactiveerd worden. Het KB dat voor die activering moet zorgen voor de periode 2017-2018 werd afgelopen week gepubliceerd.

Ester Van Oostveldt.

 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>