Nog een portie corona-wetgeving…

 26 - 2020-19-25 juni

 

Corona blijft het Belgisch Staatsblad beheersen. Het bewijs daarvan vindt u in de SoCompact van deze week. 

 

1. Opschorting opzeggingstermijn tijdens tijdelijke werkloosheid ingevolge corona-crisis 

Afgelopen week werd de (lang verwachte en veelbesproken) wet gepubliceerd die voorziet in de opschorting van de opzeggingstermijn voor ontslagen gegeven voor of tijdens de periode van tijdelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van overmacht ingevolge de corona-crisis. 

De wet bepaalt dat tijdens de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht die het gevolg is van de door de regering getroffen maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken: 

  • zowel de werknemer als de werkgever de arbeidsovereenkomst kunnen opzeggen, 
  • bij opzegging door de werknemer gegeven vóór of tijdens die schorsing, de opzeggingstermijn verder loopt tijdens de schorsing, 
  • bij opzegging door de werkgever gegeven vóór of tijdens die schorsing, de opzeggingstermijn ophoudt te lopen tijdens de schorsing. 

Dat geldt vanaf 22 juni 2020.  

Daarop bestaat een belangrijke uitzondering: de opzeggingstermijn loopt door indien deze reeds lopend was vóór 1 maart 2020. 

BRON: Wet 15 juni 2020 tot opschorting van de opzeggingstermijn voor ontslagen gegeven voor of tijdens de periode van tijdelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van overmacht ingevolge de COVID -19-crisis, BS 22 juni 2020. 

 

2. Netto-vergoedingen voor de 120 bijkomende overuren in de kritieke sectoren vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen 

In de periode van 1 april 2020 t.e.m. 30 juni 2020 kunnen bij werkgevers die behoren tot de kritieke sectoren 120 bijkomende vrijwillige overuren gepresteerd worden (zie SoCompact nr. 18 – 2020). 

Afgelopen week werd een KB gepubliceerd dat de netto-vergoedingen voor de 120 bijkomende vrijwillige overuren vrijstelt van socialezekerheidsbijdragen. 

BRON: KB 5 juni 2020 tot wijziging van artikel 19, §2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 24 juni 2020. 

 

3. Uitstel van betaling RSZ-bijdragen: wetgever wijzigt en verduidelijkt 

Tot slot signaleren we nog een KB dat wijzigingen en verduidelijkingen aanbrengt aan het al besproken KB dat bepaalde werkgevers die getroffen zijn door de sociaal-economische gevolgen van de corona-maatregelen, tot 15 december 2020, een uitstel van betaling verleent voor bedragen verschuldigd aan de RSZ (zie SoCompact nr. 21-2020). 

De wijzigingen en verduidelijkingen kunnen als volgt worden samengevat: 

  • ook werkgevers uit de toeristische sector genieten een automatisch uitstel van betaling van bedragen verschuldigd aan de RSZ;
  • de werkgevers die geen automatisch uitstel van betaling genieten, moeten het uitstel aanvragen d.m.v. een elektronische verklaring op eer, in te dienen bij de RSZ tussen 20 maart 2020 en 31 juli 2020;
  • de door het uitstel beoogde bedragen zijn voor alle werkgevers dezelfde en betreffen de bedragen die door de RSZ geïnd worden en die vanaf 20 maart 2020 tot 15 december 2020 vervallen, met uitzondering van de bedragen die verschuldigd zijn ingevolge ambtshalve rechtzettingen door de RSZ voor het tweede kwartaal 2020, de voorschotten voor het 3de kwartaal 2020, het saldo voor het derde kwartaal 2020 en het eerste en tweede voorschot voor het vierde kwartaal 2020;
  • de bedragen waarvoor de werkgever een uitstel van betaling heeft verkregen, dienen uiterlijk op 15 december 2020 betaald te zijn aan de RSZ;
  • wordt de datum van 15 december 2020 niet gerespecteerd dan is een bijdrageopslag van 10 % verschuldigd en een verwijlinterest van 7 % per jaar;
  • de sociale secretariaten krijgen tot 23 december 2020 de tijd om de bijdragen die zij van hun aangeslotenen hebben verkregen en die betrekking hebben op de vervallen bijdragen voor het 1ste en 2de kwartaal 2020 en op het debetbericht voor de jaarlijkse vakantie van handarbeiders voor het vakantiedienstjaar 2019, door te storten aan de RSZ;
  • dforfaitaire vergoeding verschuldigd door werkgevers die hun verplichtingen m.b.t. het betalen van kwartaalvoorschotten niet nakomen (zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2019-2020, nr. 552)is niet van toepassing voor het 1ste en het 2de kwartaal 2020. 

BRON: KB nr. 30 van 4 juni 2020 tot wijziging van het Koninklijk besluit nr. 17 van 4 mei 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 3°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) met het oog op het verlenen van uitstel van betaling aan bepaalde werkgevers van de bedragen geïnd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, BS 15 juni 2020. 

 

Ann Taghon en Ester Van Oostveldt. 

 

Ondanks alle zorg die aan deze nieuwsbrief is besteed, blijven vergissingen mogelijk. De auteur en het advocatenkantoor Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse kunnen daarvoor echter geen aansprakelijkheid aanvaarden. 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>