Vertrekvakantiegeld verrekenen bij bediende die van werkgever is veranderd

 12-2021 – 19 t.e.m. 25 maart 2021

Wanneer de arbeidsovereenkomst van een bediende een einde neemt, moet de werkgever hem vertrekvakantiegeld betalen. Dat vertrekvakantiegeld vergoedt de door de bediende bij die werkgever opgebouwde maar nog niet opgenomen vakantiedagen. Voor de precieze berekening van het vertrekvakantiegeld, zie Sociaal Compendium Arbeidsrecht 2020-2021, 1965 e.v.

De werkgever moet aan de bediende bij de uitdiensttreding een vakantieattest afleveren. Dat attest moet o.a. melding maken van de brutobedragen van het uitgekeerde enkel en dubbel vakantiegeld en van de periodes waarop die bedragen betrekking hebben.

Indien de bediende bij een nieuwe werkgever in dienst treedt, dan moet hij het vakantieattest afleveren aan de nieuwe werkgever op het tijdstip dat hij zijn vakantie neemt.

Op het ogenblik waarop de bediende bij de nieuwe werkgever vakantie neemt, moet een verrekening gebeuren. Die verrekening komt erop neer dat van het door de nieuwe werkgever verschuldigde vakantiegeld, het bij de uitdiensttreding door de vorige werkgever al betaalde vertrekvakantiegeld, moet afgetrokken worden.

De aftrek mag echter nooit groter zijn dan het bedrag aan vakantiegeld dat de nieuwe werkgever verschuldigd zou zijn voor de vakantiedagen, in de veronderstelling dat de bediende tijdens het vakantiedienstjaar bij hem in dienst zou zijn geweest.

Tot voor kort werd de verrekening van het vertrekvakantiegeld eenmalig uitgevoerd op het ogenblik dat de bediende zijn hoofdvakantie opneemt (zie de administratieve instructies 2021/1 RSZ).

In zijn tussentijdse instructies van 2021/1 laat de RSZ nu weten dat die regel wordt geschrapt.

Voortaan moet de nieuwe werkgever het enkel vertrekvakantiegeld verrekenen in verhouding tot het aantal opgenomen vakantiedagen. D.w.z. dat het enkel vertrekvakantiegeld voortaan zal moeten verrekend worden in elke maand waarin de bediende bij de nieuwe werkgever een of meerdere vakantiedagen neemt.

In de tussentijdse RSZ-instructies 2021/1 vindt u een voorbeeld van een dergelijke verrekening.

Aangezien volgens de nieuwe RSZ-instructies in plaats van een eenmalige verrekening op het moment waarop de hoofdvakantie wordt genomen, meerdere verrekeningen moeten gebeuren in de loop van het vakantiejaar telkens als de werknemer vakantie neemt, lijkt dat alles behalve een administratieve vereenvoudiging. De nieuwe praktijk sluit wel beter aan bij de tekst van artikel 48 van het Uitvoeringsbesluit Vakantiewet dat de regel over de verrekening van het vertrekvakantiegeld bevat.

Ann Taghon. 

BRON:
Administratieve instructies RSZ -2021/1 Tussentijdse instructies.

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>