BJ en de kunst van het briefschrijven

  De Standaard, maandag 21 oktober 2019, p. 2 -3

 

 

Wat als.. Boris Johnson een Belgische werkgever was?

 

  BJ – laten wij Boris Johnson met deze afkorting de roem gunnen die in de jaren tachtig van de vorige eeuw toeviel aan JR uit de Amerikaanse serie Dallas, omschreven als “een harde zakenman die voor niets terugdeinst om zijn doel te bereiken” – BJ heeft drie brieven geschreven aan de Europese Unie.

 

De eerste, niet-ondertekende brief (aanhef: “Dear Mr President”) is de merkwaardigste. Als een bedrijfsjurist of een advocaat dergelijke brief zou versturen, zou dat ongetwijfeld leiden tot een onmiddellijke stopzetting van elke samenwerking met hem of haar. De brief is inderdaad

  (1) niet gedateerd

 (2) geschreven op papier zonder briefhoofd en

 (3) niet ondertekend (hij vermeldt zelfs niet de naam BJ).

Laten wij even aannemen dat BJ een werkgever is die volgens het Belgisch arbeidsrecht moet overgaan tot ontslag van een werknemer en dat doet met dergelijke brief. Hoever zou hij dan komen met zijn niet-ondertekende brief?

Het hangt ervan af waarvoor die zou dienen.

 

Ontslag

Voor een ontslag zonder meer, zelfs als ontslag wegens dringende reden, zou de niet-ondertekende brief (aanspreking: “Dear Mr President”) wellicht in aanmerking komen: een ondubbelzinnige en rechtsgeldige wilsuiting volstaat daarvoor; formaliteiten zijn er niet.

Het is vooreerst duidelijk van wie de niet-ondertekende brief uitgaat:    

(1) hij vermeldt niet de naam, maar wel de hoedanigheid van de schrijver, “Prime Minister of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland

(2) en hij was blijkbaar vergezeld van een andere, wel gedagtekende, op papier met briefhoofd afgedrukte, ondertekende en van de naam van de ondertekenaar voorziene brief, waarmee hij moet worden samengelezen. Dat de aanspreking van de tweede brief informeel is (“Dear Donald”) speelt natuurlijk geen rol.

De wilsuiting die voorkomt in de niet-ondertekende brief (“Dear Mr President”) is duidelijk:

I am writing to inform the European Council that the United Kingdom is seeking a further extension to the period provided under Article 50(3) of the Treaty on European Union”.

De tweede, ondertekende brief (“Dear Donald”) verwijst overigens naar een brief waarin staat: “the UK Permanent Representative will […] submit the request mandated by the EU (Withdrawal) (No2) Act 2019”. Het blijkt dus die laatste brief te zijn, van de permanent vertegenwoordiger van de het Verenigd Koninkrijk bij de Europese Unie, die de eigenlijke vraag om verlenging bevat.

In een derde, deugdelijk ondertekende brief (aanspreking: “Dear Collegue”), waarvan niet duidelijk is aan wie hij is gericht, schrijft de steller “I have made clear that I do not want more delay” en “I will not negotiate a delay with the European Union”. Maar dat lijkt eerder de verkondiging van een persoonlijk standpunt gericht aan de regeringsleiders van de EU (in de voorlaatste alinea’s spreekt BJ hen aan als “Colleagues”). Die derde brief tast dus de wilsuiting die namens het Verenigd Koninkrijk voorkomt in de twee andere brieven niet aan.

Getransponeerd naar een ontslag volgens het Belgisch arbeidsrecht komt de werkwijze van BJ op het volgende neer:

  • een eerste, niet-ondertekende brief aan de werknemer met de melding: "de onderneming ontslaat je”;
  • een ondertekende brief aan de werknemer met als inhoud: “de gedelegeerd bestuurder zal je het ontslag ter kennis brengen”;
  • een ondertekende brief aan de werknemers: zelf wou je eigenlijk niet ontslaan.

Besluit: de werknemer is ontslagen.

Conclusie

Met een niet-ondertekende brief kan je iemand ontslaan zonder al te veel risico, op voorwaarde dat duidelijk wordt gemaakt dat het wel degelijk om een ontslag gaat en wie daartoe het initiatief neemt.

Opzegging

De opzegging van een arbeidsovereenkomst uitgaande van de werkgever gebeurt op straffe van nietigheid van de opzegging door afgifte van een geschrift, bij een ter post aangetekende brief of bij gerechtsdeurwaardersexploot (art. 37, § 1, derde lid, Arbeidsovereenkomstenwet).

Een niet-ondertekende zending is geen brief, al kan de nietige opzegging die daarvan het gevolg is, door de bestemmeling worden bevestigd. Het hangt dus van de werknemer af of een niet-ondertekende opzeggingsbrief als zodanig uitwerking heeft. Aanvaardt hij het geschrift niet als brief, dan is een opzeggingsvergoeding verschuldigd.

Conclusie

Opzeggen met een niet-ondertekende aangetekende brief levert een risico op.

Kennisgeving van dringende redenen

De ernstige tekortkomingen die een werkgever aanvoert om een werknemer op staande voet te mogen ontslaan zonder termijn of vergoeding, moeten op straffe van nietigheid van het ontslag als ontslag wegens dringende reden binnen drie werkdagen na het ontslag ter kennis worden gebracht van de werknemer, hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot (art. 35, vierde en vijfde lid, Arbeidsovereenkomstenwet).

Als de werkgever kiest voor een aangetekende brief en hij die niet ondertekent, kan de werknemer zich op de voornoemde nietigheid beroepen (Cass. 7 mei 1975, a contrario). Als de werkgever dan geen nieuwe, geldige kennisgeving doet met een ondertekende brief, dan is hij de werknemer een beëindigingsvergoeding verschuldigd.

Conclusie

Een dringende reden ter kennis brengen met een niet-ondertekende aangetekende brief, levert een risico op.

 

ALGEMENE CONCLUSIE

 

  1.  Was BJ een rechtenstudent, ik zou hem zeker laten zakken
  2. BJ zou ik nooit als stagiair of medewerker willen
  3. Who shot J.R.?” was in 1980 de vraag in de soap Dallas*.

 

Willy van Eeckhoutte

 

Aan SoConsult kan je ook vragen brieven op te stellen.

 

*Voor de beoefenaars van de sociale media: dit is GEEN, ik herhaal: GEEN, oproep!

 

 

 

 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>