Blokkerende sociale partners?

De Morgen, woensdag 25 juli 2018, p. 2.

 

SWT

Nadat eerst sprake was van mogelijke blokkering (door goedkeuring te weigeren) van de Vlaamse en/of de federale regering, wordt nu ook aan de sociale partners een blokkeringsrecht toegekend, waarmee echter een einde wordt gemaakt door de arbeidsdeal (het zou intellectueel oneerlijk zijn dat laatste woord met een hoofdletter te schrijven, zoals ook De Morgen zich heeft gerealiseerd). De sociale partners zouden van dat blokkeringsrecht gebruik hebben gemaakt “in het Carrefour-dossier” zo zegt arbeidseconoom Stijn Baert.

Als economen iets zeggen, moet je altijd wantrouwig zijn, ook als zij arbeidseconomen zijn en zeker als zij het over recht hebben (zelfs nog als zij verbonden zijn aan de UGent). Vandaar mijn vraag: waar staat dat te schrappen blokkeringsrecht eigenlijk?

De sleutel ligt artikel 18 van het SWT-besluit.

Uit de samenlezing van het 1ste, 3de, 7de en 8ste lid, van § 7, van artikel 18 van het SWT-besluit blijkt dat de minimumleeftijd om in een SWT-regeling te kunnen stappen, die thans principieel 62 jaar bedraagt, voor ondernemingen in herstructurering door een interprofessionele, in de Nationale Arbeidsraad gesloten en algemeenbindendverklaarde collectieve arbeidsovereenkomst onder bepaalde voorwaarden kan worden verlaagd voor de jaren na 2016, mits hij geleidelijk wordt verhoogd om 60 jaar te bereiken in 2020.  De CAO nr. 126 verlaagt die leeftijd voor de jaren 2017 en 2018 tot 56 jaar (art. 3).

 

To block or not to block

Het zijn inderdaad de sociale partners die de CAO nr. 126 hebben gesloten en daarbij gebruik hebben gemaakt van het hun toegekende recht een cao te sluiten die “in een lagere leeftijdsgrens voorziet”. Zij kregen dat recht voor de jaren “na 2016”. Zij mochten van dat recht enkel gebruik maken door een cao te sluiten voor maximum twee jaar, zonder beding van stilzwijgende verlenging. Zij hebben dat gedaan voor de jaren 2017 en 2018, met de CAO nr. 126. De arbeidsdeal zal hun dat recht nu blijkbaar ontnemen voor 2019 en 2020. In dat laatste jaar moest trouwens toch de leeftijd van 60 jaar bereikt zijn (art. 18, § 7, 8ste lid, SWT-besluit).

Zeggen dat de sociale partners in het dossier-Carrefour gebruik hebben gemaakt van hun blokkeringsrecht, lijkt mij gelet op wat voorafgaat, niet echt correct uitgedrukt. Het is Carrefour dat toepassing heeft gemaakt van de al meer dan een jaar geleden gesloten CAO nr. 126.

Maar welke jurist zal het een econoom kwalijk nemen dat hij de hooiberg van het SWT-besluit niet induikt? Eigenlijk is de tekst daarvan ook voor een geschoolde jurist zo goed als onleesbaar.

 

It's a deal

De arbeidsdeal zal er nog een naaldje bij in verstoppen. Ik gok op de volgende aanpassingen in het achtste lid:

  • vervanging van de woorden "na 2016" vervangen door "voor de jaren 2017 en 2018" en
  • schrapping van de woorden "waarbij de minimumleeftijd geleidelijk zal worden verhoogd teneinde de leeftijd van 60 jaar te bereiken in 2020".  

Maar een negende lid invoegen kan natuurlijk ook. Tot zover kunnen juristen nog tellen.

>