Bypass voor tijdelijke werklozen

De Tijd woensdag 8 april 2020, p. 15

 

Dat op de bijpassing die sommige werkgevers aan sommige werknemers betalen boven de werkloosheidsuitkering die zij bij tijdelijke werkloosheid ontvangen, geen socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn, is het gevolg van het feit dat de wet dergelijke bijpassingen uitsluit uit het loonbegrip dat wordt gehanteerd om de basis te bepalen waarop die bijdragen worden berekend.

Die basis is het loonbegrip van artikel 2 van de Loonbeschermingswet, zo blijkt uit artikel 23, eerste en tweede lid, van de Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid Werknemers.

Artikel 2, derde lid, 1°, c, van de Loonbeschermingswet zegt inderdaad dat niet als loon worden beschouwd “de vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks door de werkgever betaald […] die moeten worden beschouwd als een aanvulling van de voordelen toegekend voor de verschillende takken van de sociale zekerheid”. Van “een stukje extra loon” mag men dus eigenlijk niet spreken, want de aanvulling is uitgerekend geen loon, althans niet in de context van de socialezekerheidsbijdragen. Maar dat is nu eens echt haarklieverij, geef ik toe.

Interessanter is dat de beperking waarvan sprake in het artikel van Wim De Preter in De Tijd nergens in de wet te bespeuren valt. Waar komt zij dan vandaan?

Bijpassing tot hoogstens 100 % van het loon?

Het Hof van Cassatie heeft erop gewezen dat een aanvullende vergoeding maar uit het loonbegrip wordt gesloten en dus is vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen als zij tot doel heeft het inkomstenverlies of de verhoging van uitgaven te compenseren die het gevolg zijn van de realisering van een van de risico’s gedekt door een van de onderdelen van de sociale zekerheid (Cass. 25 maart 2019, S.17.0048.F). Als een werkgever een aanvulling betaalt die groter is dan het verschil tussen het loon en de werkloosheidsuitkering, dan kan men moeilijk spreken van een compensatie van het inkomstenverlies, zo redeneert blijkbaar de Rijksdienst voor sociale zekerheid.

Maar is dat wel zeker? Compenseren betekent vereffenen, vergoeden, goedmaken. Maar is een compensatie in de hier besproken context noodzakelijk beperkt tot exact het verschil tussen het loon en de werkloosheidsuitkering? Een werknemer die tijdelijk werkloos is, lijdt mogelijk nog andere inkomstenschade als gevolg daarvan, bijvoorbeeld op het vlak van pensioen. Voor periodes van tijdelijke werkloosheid wordt bij de berekening van het pensioen niet gewerkt met het loon van het lopende jaar, maar met dat van het voorafgaande kalenderjaar (art. 24bis Uitvoeringsbesluit Pensioenwet Werknemers). Dat het hier gaat om een inkomstenverlies als gevolg van verschillende socialezekerheidsregelingen (de werkloosheidsverzekering en de pensioenregeling) speelt geen rol, zo blijkt uit de rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass. 21 januari 2008, S.063.0099.F).

Er is wel degelijk een rechtsgrond om te argumenteren dat niet vereist is dat de aanvulling die de werkgever betaalt boven een werkloosheidsuitkering, geen eurocent hoger is dan het verschil tussen het loon en die uitkering. Juristen, die verondersteld worden minstens goed te kunnen lezen (naast spreken en schrijven is dat eigenlijk de enige vaardigheid waarover zij echt moeten beschikken) merken op dat het hierboven geciteerde onderdeel van artikel 2 van de Loonbeschermingswet niet zegt dat de vergoeding die de werkgever betaalt, een aanvulling moet zijn van een socialezekerheidsprestatie, maar dat zij als zodanig “moet kunnen worden beschouwd”. Bijna dertig jaar geleden besliste het Hof van Cassatie al dat ook een kapitaal dat een werkgever echt betaalt als aanvulling op een vervangingsuitkering van de sociale zekerheid in aanmerking komt om uit de basis voor de berekening van de bijdragen gesloten te worden en dat de rechter zelfs niet moet nagaan of de werknemer wel werkelijk de sociale zekerheidsprestatie heeft ontvangen waarop dat kapitaal beoogt een aanvulling te zijn  (Cass. 10 september 1990, Arr. Cass. 1990-91, 24, nr. 8856).  

Bruto als referentiepunt?

Wat voorafgaat, relativeert al sterk de discussie over de vraag of het bruto- dan wel het nettoloon als referentiepunt moet worden in acht genomen. Als men de aanvulling niet groter wil maken dan het verschil tussen het loon en de werkloosheidsuitkering, maakt het niet veel uit: het staat buiten kijf dat de werkgever de aanvulling toekent als aanvulling op de werkloosheidsuitkering en als dat ernstig blijkt te zijn, wat in beide gevallen onmiskenbaar het geval is, volstaat dat.

Voor de bangelijken die toch precies het verschil willen berekenen: het is onmiskenbaar het nettoloon dat in aanmerking komt. Inderdaad, interpreteert men “compensatie” van het inkomstenverlies als precies het verschil en geen eurocent meer, dan moet men vergelijken wat de werknemer in werkelijkheid, d.i. netto ontvangt als loon en als werkloosheidsuitkering. En eigenlijk zou men daarbij dan nog, zoals bij de vergoeding van inkomstenschade in het gemeen recht, voorbehoud moeten maken voor eventueel later verlies op het vlak van sociale zekerheid, in het bijzonder pensioen, en personenbelasting. Dat toont nogmaals aan dat men moet redeneren en niet afschrijven.

Conclusie

Maar wat met de richtlijnen van de RSZ dan , hoor ik tegenwerpen? Het antwoord hierop is juridisch simpel: et alors? Ik alvast zou de bedragen niet willen ten laste nemen die de RSZ al heeft moeten derven of terugbetalen omdat zijn standpunt, richtlijnen of praktijk niet conform de wet werd bevonden. Maar wie discussie wil vermijden, weet natuurlijk waaraan zich te houden.

 

Willy van Eeckhoutte

SoConsult beantwoordt al je sociaalrechtelijke vragen. Een vraag stellen aan SoConsult, kost niets. Enkel voor een antwoord betaal je de opgegeven prijs als die je bevalt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>