De facto rechten verwerven...

 De Tijd vrijdag 10 januari 2020, p. 14

Een de facto verworven recht

Dat vind ik nu eens een creatieve uitdrukking, de combinatie van “de facto” en “recht”.

De facto, zegt de Dikke Van Dale terecht, betekent “feitelijk”. Het is het tegengestelde van “de jure”, dat “rechtens” betekent (Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, in zijn onlineversie Dikke Van Dale genoemd, www.vandale.nl, tw. de facto en de jure geconsulteerd op dinsdag 14 januari 2019.

“De jure et de facto” bestaat ook. Het betekent “juridisch rechtens en feitelijk”. Maar de facto een recht verwerven, kan volgens mij niet.

Drempels

De termijn waarvoor de ondernemings-cao geldt die KBC sloot met ACV Puls (het volstaat dat één enkele vakbond die ondertekent) verstreek op 31 december 2019. Die ondernemings-cao voorziet onder meer in een uitbreiding van de tijdskredietmogelijkheden boven het interprofessionele minimum van vijf procent (Pieter Suy in De Tijd wijst “een sectoraal akkoord” aan als de rechtsbron van de vijf procent, die Dirk De Backer even verder “het wettelijk minimum” noemt). Het is inderdaad de interprofessionele CAO nr. 103 die bepaalt dat in principe hoogstens vijf procent van het totale aantal werknemers van de onderneming of dienst gelijktijdig voltijds tijdskrediet of loopbaanvermindering voor de helft of een vijfde mag uitoefenen. Bedraagt het aantal meer, dan moet een voorkeur- of planningsmechanisme worden toegepast om de continuïteit van de arbeidsorganisatie te waarborgen (art. 16, § 1, CAO nr. 103). 

Het verhogen van dat minimum in een ondernemings-cao is een zogenaamde collectief normatieve bepaling, die een verbintenis inhoudt van de werkgever ten aanzien van de collectiviteit van zijn personeel, m.a.w. collectieve betrekkingen (art. 5 Cao-wet). Zij incorporeert zich dan ook niet in de individuele arbeidsovereenkomsten, zodat de voortgezette binding waarin artikel 23 van de Cao-wet voorziet voor individueel normatieve bepalingen, niet van toepassing is. Het in de ondernemings-cao van KBC bedongen verhoogde minimum geldt dan ook niet meer vanaf 1 januari 2020, zodat men terugvalt op het interprofessionele minimum van vijf procent. 

“De facto verworven recht”

Kunnen de KBC-werknemers het hogere minimumaantal werknemers dan vijf procent van het totaal dat in de onderneming of in een dienst gelijktijdig het recht op tijdskrediet kan opnemen als een “de facto verworven recht” inroepen, m.a.w. als een gebruik (want dat is wat eigenlijk wordt bedoeld, denk ik)? 

Het antwoord luidt ontkennend. De CAO nr. 103 bepaalt uitdrukkelijk dat de drempel alleen kan worden gewijzigd door een sectorale of ondernemings-cao of het arbeidsreglement (art. 16, § 8, eerste lid). Niet op basis van een “de facto verworven recht” of een gebruik. 

Achterhaald

 Maar gelukkig is het beroep op die laatste achterhaald: de ondernemings-cao wordt verlengd, alvast tot 30 juni 2020:

De Tijd dinsdag 14 januari 2020, p. 14

 

Willy van Eeckhoutte

 

SoConsult beantwoordt uw vragen over ondernemings-cao’s en tijdskrediet.

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>