De RSZ op oorlogspad

 De Standaard vrijdag 22 januari 2021, p. 14

Oorlog

Wij zijn in oorlog met een virus”, zei niet enkel de Franse president Emmanuel Macron, maar ook de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. 

In die oorlog is nu ook de Rijksdienst voor sociale zekerheid (RSZ) ingeschakeld en dat met een bijzondere opdracht in echte oorlogstaal: “In het kader van de strijd tegen het coronavirus COVID-19 kan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid [...] gegevens verzamelen, samenvoegen en verwerken [...] met het oog op het ondersteunen van het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten” (art. 22 ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken). Een en ander stond ook al in het vorige ministerieel besluit met hetzelfde opschrift, van 18 oktober 2020 en werd ook ingelast in het ministerieel besluit van 30 juni 2020 (art. 11 ministerieel besluit van 22 augustus 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken). 

Veldtocht

De gegevens waarover het gaat, zijn “gezondheidsgegevens inzake het coronavirus COVID-19, contact-, identificatie-, tewerkstellings- en verblijfsgegevens met betrekking tot werknemers en zelfstandigen”. 

De RSZ kan bij het verzamelen, samenvoegen en verwerken van die gegevens gebruik maken van “datamining en datamatching”. Hoewel mining hier niet gebruikt wordt in de betekenis van mijnen leggen, doen de voormelde technieken toch aan oorlogsspionage denken. 

De RSZ wordt luidens de tekst van artikel 22 van het ministerieel besluit gemobiliseerd “in de hoedanigheid van verwerker”. Was dat tot 12 januari 2021 “ten behoeve van de contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams”, sindsdien staat er “met het oog op het ondersteunen van het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten" (art. 8 ministerieel besluit van 12 januari 2021 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken). Onverminderd de kritiek van de privacyjuristen waarvan sprake in De Standaard: het gaat om logistieke ondersteuning van de eenheden te velde. 

Overzee 

Oorlogen worden vaak gevoerd ter verdediging van de grenzen. Zo ook de oorlog tegen het virus en het beroep dat daarvoor op de RSZ wordt gedaan. 

Artikel 22 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 maakt deel uit van hoofdstuk 8, “Grenzen”, van het besluit en kadert in de controle op de naleving van het verbod van niet-essentiële reizen dat artikel 21 oplegt. 

Het behoort niet tot de eigenlijke opdracht van de RSZ mee te werken aan de bewaking en controle van de grenzen. In weerwil van zijn benaming was zelfs wijlen de Dienst voor overzeese sociale zekerheid, de Office de sécurité sociale d'outre-mer, daarmee niet belast (art. 1 wet 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid). 

De taken van de RSZ worden opgesomd in de artikelen 5 tot en met 8/8 van de RSZ-wet. Meewerken aan de strijd tegen virussen komt daarin niet voor. Gegevens ter beschikking stellen wel, maar in dat verband is enkel sprake van statistische gegevens (art. 5, 3°, RSZ-wet).

Het verbaast dan ook niet dat in de aanhef van de ministeriële besluiten van 18 en 28 november 2020 niet wordt verwezen naar de RSZ-wet. Zij verwijzen wel naar de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt en de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid. Artikel 2 van de eerst- en artikel 8 van de laatstgenoemde wet machtigen de Koning, maar niet een minister, zelfs niet die van Binnenlandse Zaken, aan openbare instellingen, zoals de RSZ, maatregelen van civiele bescherming of veiligheid op te leggen.

Veiligheid 

De Tweede Wereldoorlog was nog maar net ten einde toen de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders werd uitgevaardigd, die de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid (RMZ) oprichtte. Ik betwijfel dat Achille Van Acker, toen hij daaronder zijn handtekening zette, vermoedde dat zijn geesteskind 77 jaar later in een andere oorlog zou worden ingeschakeld voor beveiligingsdoeleinden. 

Hoewel. Amper een dikke maand later werd een broertje van de RMZ opgericht, de Dienst voor Maatschappelijke Veiligheid van de Zeelieden, in het Frans Office de Sécurité sociale des Marins de la Marine marchande (art. 1 besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardijà. Later vervrouwelijkte hij tot Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden, om uiteindelijk te worden opgegeten door haar grote broer, de RSZ (art. 8/8 RSZ-wet). Terwijl de RSZ tot 1985 RMZ werd genoemd, is hij in het Frans altijd Office national de sécurité sociale (ONSS) geweest en gebleven. 

In het Frans betekent sécurité nu eenmaal zowel zekerheid als veiligheid. 

Ook in onze derde landstaal, het Duits, staat Sicherheit zowel voor zekerheid als veiligheid. In Duitsland spreekt de administratie thans meer van Soziale Sicherung dan van Soziale Sicherheit en is het Bundesministerium für Arbeit und Soziales (BMAS) de centrale “instelling”. Weg Sicherheit. Duitsland kende wel in oorlogstijd, tussen 1939 en 1944, het Reichssicherheitshauptamt (RSHA), maar ik denk niet dat daar inspiratie te vinden is om de nieuwe opdracht van de RSZ te benoemen. 

Als wij voor de nieuwe, logistieke taak van de instelling toch naar een naam zouden zoeken, zou ik kiezen voor een samensmelting van de historische benamingen die hierboven aan bod kwamen: Hulpdienst voor overzeese maatschappelijke veiligheid. Als eresaluut aan zij die niet meer zijn.  

Willy van Eeckhoutte

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>