Het korte leven van ambtenaren

De Tijd, donderdag 5 april 2018, p. 6 

Het leven duurt twintig jaar. Althans dat van ambtenaren.


Dat zou men kunnen afleiden uit wat de minister van Ambtenarenzaken zegt in De Tijd : “om het ambtenarenpensioen te krijgen, moeten mensen hun hele leven voor de overheid  blijven werken”. Dat is wel heel lang.


Wellicht verwijst de minister naar de basisregel dat aan ambtenaren maar een overheidspensioen kan worden verleend na twintig jaar dienst (art. 1, 1ste lid, Algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen).


Het leven van ambtenaren is dus blijkbaar niet alleen heel kort, bovendien bestaat het van het begin tot het einde slechts uit werken.


Heeft het dan zin hun loon nog langer uit te stellen?

 

>