Hoe kiezen (voor het Belgisch arbeidsrecht)?

De Standaard, woensdag 10 oktober 2018, p. 27

 

 

 

Hoe kies je in een arbeidsverhouding voor het Belgisch arbeidsrecht?

 

Dat lijkt de vraag te zijn waarover O’Leary, CEO van Ryanair, en de Belgische vakbonden een robbertje bekvechten.

 

Welk recht van toepassing is op een arbeidsovereenkomst, wordt in beginsel bepaald door de keuze die de partijen hebben gemaakt, zo blijkt uit artikel 8.1 van de Rome I-verordening. Dat artikel heeft een kopje dat luidt “Individuele arbeidsovereenkomsten”. De partijen die de keuze moeten maken, zijn dus onmiskenbaar de individuele werkgever en de individuele werknemer.

 

Maar artikel 8 verwijst naar artikel 3 van de Rome I-verordening, volgens het eerste punt waarvan de rechtskeuze niet alleen uitdrukkelijk kan worden gedaan, maar ook kan blijken uit de bepalingen van de overeenkomst of “de omstandigheden van het geval”. De keuze kan, zo blijkt uit punt 2 van hetzelfde artikel, ook te allen tijde worden gewijzigd. Dat in de individuele arbeidsovereenkomst gekozen zou zijn voor het Ierse recht, is dus geen beletsel.

 

Het feit dat de vakbonden namens het vliegend Ryanairpersoneel vroegen om de toepassing van het Belgisch arbeidsrecht en O’Leary verklaarde dat te aanvaarden, zijn eigenlijk “omstandigheden van het geval” die van de keuze van werkgever en alle individuele werknemers (wie van hen zal dat ontkennen?)  voor het Belgisch arbeidsrecht doen blijken. Zij volstaan dus. Een geschreven arbeidsovereenkomst kan volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie ook anders dan door een geschrift gewijzigd worden.

 

Een vakbondsafvaardiging en een ondernemings-cao, die O’Leary blijkbaar wil, zijn daarvoor niet nodig, zoals de vakbonden terecht opmerkten.  Een ondernemings-cao wordt overigens niet met de vakbondsafvaardiging, maar met de vakorganisaties gesloten (art. 5 Cao-wet).

 

Aan elk contract één zin toevoegen” die de keuze van het Belgisch recht expliciet bevestigt, zoals Paul Buekenhout van de LBC verlangt, is in ieder geval een goede en rechtszekere optie. Zij kan bv. twijfel uitsluiten over de vraag of het de bedoeling is het Belgisch arbeidsrecht retroactief van toepassing te verklaren. Maar een ondernemings-cao zou dezelfde zekerheid en minder paperassen bieden.  Haar individueel normatieve bepalingen incorporeren zich immers in de individuele arbeidsovereenkomsten van de werknemers van de werkgever (art. 11 en 51 Cao-wet). De keuze van het toepasselijke recht is zonder twijfel dergelijke bepaling.

 

Maar een ondernemings-cao wordt in de regel onderhandeld door de vakbondsafvaardiging (art. 11, 2°, Cao nr. 5). En daar wringt blijkbaar het schoentje: de vakbonden zijn het niet eens over de samenstelling van de vakbondsafvaardiging bij Ryanair.

 

Een ondernemings-cao sluiten zonder vakbondsafvaardiging is juridisch geen probleem. Het kan zelfs door één enkele vakbond (art. 5 Cao-wet). Maar dan claimt die als enige de “overwinning”, wat nooit fraai is na een strijd die door velen werd gevoerd.

 

Willy van Eeckhoutte

 

 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>