Minimale voorschriften over minimumlonen zonder minima

De Tijd, donderdag 29 oktober 2020, p. 9. 

 

De Europese Commissie heeft een ontwerp van richtlijn over passende minimumlonen in de Europese Unie voorgesteld 

Tiens, tiens. Loon is toch een domein dat voorbehouden blijft voor de lidstaten?  

 

How far can the EU go? 

 

Artikel 153 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat bepaalt op welke sociaalrechtelijke gebieden de Unie kan optreden, sluit inderdaad onder (5) naast het recht van vereniging, het stakingsrecht en het recht tot uitsluiting, “de beloning” uit. “De beloning”, dat lijkt een allesomvattende omschrijving. 

De bevoegdheden die het verdrag in sociaalrechtelijke aangelegenheden aan de Unie geeft, maar waarvoor de uitsluiting van “de beloning” geldt, betreffen zowel aanvulling en ondersteuning door de Unie van initiatieven van de lidstaten (1) en aanmoediging van de samenwerking tussen de lidstaten (2)( a) als de  vaststelling van minimumvoorschriften door middel van richtlijnen (2)(b). Hoe kan dan de Commissie een richtlijn “on adequate minimum wages in the European Union’  - de tekst was bij het schrijven van dit stukje enkel al beschikbaar in het Engels- voorstellen, want dat is toch wat ze doet?  

 

A matter of interpretation 

 

De Commissie wijst onder “2. Legal basis, subsidiarity and proportionality” van het “Explanatory memorandum”  bij haar voorstel als rechtsgrond artikel 153 (1)(b), van het VWE aan. Deze bepaling  laat de Unie toe het optreden van de lidstaten op het gebied van “de arbeidsvoorwaarden” te ondersteunen en aan te vullen. Loon is zonder twijfel de belangrijkste arbeidsvoorwaarde. Maar dat belet toch niet dat punt (5) van artikel 153 uitdrukkelijk bepaalt dat het gehele artikel, met inbegrip van (1)(b), “niet van toepassing is op de beloning”. Ook voor ondersteuning en aanvulling van het optreden van de lidstaten op het gebied van loon is de Europese Unie dus niet bevoegd. 

Zo zou, denk ik, het Belgische Hof van Cassatie oordelen als de vraag haar zou worden voorgelegd, wat natuurlijk niet kan.  

Gelukkig maar voor de Europese Unie. En gelukkig zijn zeker op het niveau van de hoogste instanties juridische teksten altijd A matter of Interpretation

De Europese Commissie, weliswaar ook in Brussel gevestigd, interpreteert het VWVEU anders dan geschreven staat. 

De uitsluiting van loon uit artikel 153 van het verdrag is geen probleem, aldus het “Explanatory memorandum” bij het voorstel van richtlijn:  

  • Since[the proposed Directive] does not contain measures directly affecting the level of pay, it fully respects the limits imposed to Union action by Article 153 (5) TFEU” (p. 6); 
  • “[…] it fully respects the competences of Member State and social partners to determine the level of their minimum wages in line with Art 153(5) TFEU” (p. 7).

Zeg dat de Commissie het gezegd heeft. Zelf kan ik maar herhalen dat artikel 153 (5) niet enkel de hoogte van het loon of de minimumlonen uit zijn toepassingsgebied sluit, maar “de bezoldiging” tout court. 

 

Een richtlijn over minimumlonen die geen minima vaststelt 

 

In punt (16) van de preambule van de voorgestelde richtlijn valt te lezen “In full respect of Article 153(5) of the Treaty on the Functioning of the European Union, this Directive neither aims to harmonise the level of minimum wages across the Union nor to establish an uniform mechanism for setting minimum wages” (p. 18). 

Volgens zijn artikel 1.1, eerste lid, wil de richtlijn inderdaad slechts een “framework” uitwerken voor het bepalen  van toereikende minimumloonschalen (“adequate levels of minimum wages”) en het verzekeren van de toegang van werknemers tot een bescherming op het vlak van minimumloon, hetzij bij cao, hetzij bij een wettelijk minimumloon in de lidstaten waar dat bestaat.  

De richtlijn verklaart de autonomie van de sociale partners op het vlak van de minimumlonen volledig te  vrijwaren in de lidstaten waar die uitsluitend bij cao zijn vastgelegd (art. 1.3). Die lidstaten, waaronder België, mogen dat zo houden als zij dat verkiezen (art. 1.2).  

De lidstaten waar een wettelijk minimumloon bestaat, maar enkel die, krijgen de  verplichting opgelegd de nodige maatregelen te nemen opdat de bepaling en aanpassing van de minimumlonen zouden gebeuren op basis van criteria die het passend, toereikend (“adequate”) niveau daarvan bevorderen met het oog op het bereiken van behoorlijke werk- en leefvoorwaarden, sociale cohesie en opwaartse convergentie (art. 5.1). En dan volgen nog een opsomming van de criteria die minimaal moeten worden gebruikt (art. 5.2)  en een aantal verplichtingen in verband met assessment, opvolging en raadpleging (art. 5.3 – 5.5), het betrekken van de sociale partners (art. 7) en de handhaving en afdwingbaarheid (art. 8). 

Hoe dan ook, van een verplichting voor alle lidstaten een adequaat wettelijk minimumloon te bepalen, zoals in het artikel hierboven in De Tijd wordt geschreven, is geen sprake. En nog veel minder van een “Europees minimumloon”. 

 

Conclusie 

 

Over de juridische onderbouw van het voorstel van richtlijn valt wel een en ander te zeggen. Maar er valt natuurlijk ook iets te zeggen voor het lovenswaardige doel dat de Europese Commissie daarmee luidens haar toelichting nastreeft: ervoor zorgen dat werknemers in de Unie worden beschermd door toereikende minimumlonen, die een waardig bestaan mogelijk maken, ongeacht waar zij werken. Van een ramp zou ik dan ook niet durven noch willen spreken. 

 

Willy van Eeckhoutte 

 

Bij SoConsult kunt u online shoppen voor een antwoord op uw sociaalrechtelijke vragen. U krijgt eerst een prijsopgave en betaalt maar na die te hebben aanvaard. 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>