Minimum? Maximum!

 De Standaard, woensdag 29-donderdag 30 mei 2019, p. 9

De arbeidsongeschiktheidsuitkering waarin de ziekteverzekering voorziet, wordt voor werknemers inderdaad bepaald op een percentage van het gederfde loon.

Voor wie langer dan een jaar arbeidsongeschikt is (en die men in de wetgeving nog altijd stigmatiserend "invalide" noemt) bedraagt dat percentage 65 procent als hij een of meer personen ten laste heeft (art. 213, eerste lid, Uitvoeringsbesluit Ziekteverzekeringswet).

Maar men mag niet vergeten dat een loongrens geldt (art. 212 Uitvoeringsbesluit Ziekteverzekeringswet). Wie een loon heeft dat de loongrens overstijgt, ontvangt dus maar een uitkering waarvan het bedrag gelijk is aan 65 procent van de loongrens.

Bovendien daalt het percentage van 65 voor wie geen personen ten laste heeft, tot 55 of 40 procent, naargelang de betrokkene alleenstaande is dan wel samenwoont met iemand die zelf een arbeids- of vervangingsinkomen heeft (art. 213, tweede lid, Uitvoeringsbesluit Ziekteverzekeringswet).

De invaliditeitsuitkering bedraagt dus niet minimaal, maar maximaal 65 procent van het gederfde loon. En dan nog alleen voor werknemers met gezinslast. Is hun loon hoger dan 142,5279 euro per dag of 3.420,669 euro per maand, dan wordt de uitkering beperkt tot een dagbedrag van 92,64 euro of 2.223,36 euro voor 26 dagen, telkens gerekend in een zesdagenregeling dus (bedragen per 1 januari 2019).  

Willy van Eeckhoutte

 

Ook vragen over ziekteverzekering kunt u stellen aan SoConsult.

 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>