Niet met het werk bezig, is van het werk afwezig.

 Parl.St., Kamer 2019-2020, DOC 55 1270/008

Sinds 1 oktober 2020 geeft een occulte wet – hij is al in werking getreden, maar nog niet in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd – ouders die werknemers zijn een recht op afwezigheid in geval van sluiting van het kinderdagverblijf, de school of het opvangcentrum voor gehandicapten. De SoCompact aflevering van vandaag schetst de krachtlijnen van die regeling van tijdelijke werkloosheid overmacht-corona voor opvang van een kind (meesurfend op de golven van dit tijdsgewricht kort ik ze, een huivering onderdrukkend, om u stotteren te besparen, maar af als TWOCOK). 

 

Zoals in de SoCompactbijdrage wordt uiteengezet, gaat het om het recht van de werknemer “van het werk afwezig te zijn” wanneer er geen kinderopvang is wegens een sluitingsmaatregel. “S’absenter du travail” zegt de Franse tekst van het wetsvoorstel (Parl. St. Kamer 2019-2020, DOC 55 1270/008).  

 

Kunnen, zo luidt de vraag die ik hier tracht te beantwoorden, ook werknemers die huisarbeid, al dan niet in de vorm van telewerk, verrichten ook van dat recht gebruik maken? 

 

Afwezig van het werk 

 

Op het eerste gezicht lijkt dit een belachelijke vraag: wie thuis werkt, is toch per definitie niet van het werk afwezig? 

 

Ik ben daarvan nog niet zo zeker. Het hangt er maar van af wat je begrijpt onder “van het werk afwezig zijn”. 

 

Vooreerst staat er niet dat de werknemer van de werkplek, de werkpost of de arbeidsplaats afwezig moet zijn. Het volstaat dat hij “van het werk” afwezig is. 

 

Overigens wordt ook de thuiswerker van wie een of meer kinderen niet naar de school of de opvang kunnen, geconfronteerd met de verantwoordelijkheid die kinderen zelf te onderwijzen of anders op te vangen. Dat kan activiteiten buitenshuis impliceren, in welk geval de werknemer niet alleen afwezig is van de plaats waar hij werkt, maar ook van zijn thuis en dus meteen van het thuiswerk (van het huiswerk wellicht juist niet…) 

 

Maar zelfs als de thuiswerker met de kinderen binnenblijft, vereist een verantwoord ouderschap dat hij zich met die kinderen inlaat. In die mate is de werknemer toch ook “van het werk afwezig”, want niet met het werk bezig. En zelfs als de thuiswerkende ouder de kinderen een tijdje “aan hun lot overlaat” en voort werkt, zal hij nog altijd een oogje in het zeil moeten blijven houden en niet volledig met zijn gedachten bij het werk kunnen zijn. Hij zal met andere woorden verstrooid en dus (van het werk) afwezig zijn. 

 

Discriminatie 

 

Ten slotte kan men zich afvragen of het recht op TWOCOK ontzeggen aan thuiswerkers, geen schending zou inhouden van het gelijkheidsbeginsel.  

 

Is het loutere feit dat de thuiswerker niet op een door de werkgever, maar door hemzelf bepaalde plaats het werk uitvoert, wel een legitieme verantwoording van een ontzegging van dat recht? Door hem te verplichten én thuis voort te werken én op dezelfde plaats tegelijk voor de kinderen te zorgen, zou men hem overigens beletten in te staan voor een behoorlijke opvang van de kinderen die niet terecht kunnen op school, in het kinderdagverblijf of in een opvangcentrum. Dat zou een nieuwe vorm van achterstand creëren. 

 

Conclusie 

 

Er zijn verschillende redenen om te concluderen dat ook thuiswerkers gebruik kunnen maken van de regeling van  tijdelijke werkloosheid overmacht-corona voor opvang van een kind.  

 

Of de wetgever dat ook heeft gedacht, is niet te achterhalen: het blijkt niet uit de tekst, noch uit de parlementaire voorbereiding.  

 

Willy van Eeckhoutte 

 

Het antwoord op uw sociaalrechtelijke vragen brengt SoConsult online bij u thuis, ongeacht of u daar moet voortwerken en kinderen opvangen. U betaalt maar na de prijs en een timing te hebben ontvangen die u bevalt. 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>