Sneltest voor Vlaams arbeidsrecht

 De Standaard donderdag 14 januari 2021, p. 18-19

Alsof er nog niet genoeg volksgezondheids-, organisatorische en grondwettelijke problemen zijn met “de cijfers”, de inentingen en de beperkingen die de overheid aan de burgers oplegt, een aantal arbeidsrechtelijke vragen dreigen de kopzorgen nog groter te maken. Die vragen vertonen bovendien een communautairrechtelijk tintje.

Personeel in kritische functies

Als wij de Roeselaarse verklaringen van Hilde Crevits mogen geloven, komen er binnenkort sneltests voor personeel in kritische functies. Zij is ten slotte niet enkel minister van Economie, zoals De Standaard vermeldt, maar ook van Werk (en Innovatie, Sociale economie en Landbouw, voor wie het volledig wil). Welke functies “kritisch” zijn, zouden de preventiediensten mogen bepalen, in samenwerking met de bedrijfsartsen.

 Volgens Geert Vermeir van SD Worx is dat een bevoegdheid van de ondernemingsraad of minstens in strijd met wat de federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg op zijn website bekendmaakt. Die schrijft dat inderdaad in zijn document “Uitzondering op de verplichte quarantaineregels: definitie van een kritische functie in essentiële sectoren”: “Kritische functies in een essentieel bedrijf/sector worden door de werkgever bepaald na akkoord van de Ondernemingsraad (OR)”.

Zoals Geert Vermeir vermeldt, verwijzen de “recente richtlijnen” die de FOD WASO op zijn website heeft gepubliceerd, naar een bijeenkomst van het Overlegcomité van 30 december 2020. Met alle respect voor de beslissingen van dat comité en de richtlijnen van de FOD die daarop steunen: zij vormen maar een zwakke juridische basis. Overigens zeggen de beslissingen van het overlegcomité van 30 december 2020, of althans de officiële kennisgeving daarvan, helemaal niets over hoe de invulling van het begrip “kritische functies” moet gebeuren…

Raad of comité?

Terecht vraagt de immer alerte Manu Doutrepont van Social Dialogue Network zich in een mail af: wat is de rechtsgrond van die “medebelissingsbevoegdheid” van de ondernemingsraad? Want daarop komt een voorafgaand akkoord natuurlijk neer.

Die bevoegdheid, of een die erop lijkt, is alvast niet terug te vinden in de bepaling die de primaire bevoegdheden van de ondernemingsraad opsomt, artikel 5 van de Wet Organisatie Bedrijfsleven. En ik zie ook geen andere bron in de over (al te) verspreide teksten die andere bevoegdheden van de ondernemingsraad regelen. Dat is des te merkwaardiger omdat de ondernemingsraad maar uitzonderlijk een beslissingsbevoegdheid heeft, met de vaststelling van het arbeidsreglement als belangrijkste voorbeeld (art. 11, eerste lid, Arbeidsreglementenwet).

Gaat het, wat het aspect overleg betreft, overigens niet eerder om een bevoegdheid van het comité voor preventie en bescherming op het werk? Het is toch dit comité dat de wettelijke opdracht heeft “alle middelen op te sporen en voor te stellen en actief bij te dragen tot alles wat wordt ondernomen om het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk te bevorderen”(art. 65, eerste lid, Wet Welzijn Werknemers). De wet voorziet overigens expliciet in de mogelijkheid die wettelijke opdracht van het comité nader te omschrijven en het bijkomende opdrachten toe te vertrouwen. Dat moet dan wel gebeuren bij koninklijk besluit en niet bij besluit van de Vlaamse regering (art. 65, tweede lid, Wet Welzijn Werknemers). Het blijft immers arbeidsrecht, een exclusief federale bevoegdheid (art. 6, § 1, VI, 12°, Bijzondere Wet Hervorming Instellingen).

Nochtans zijn het de Gemeenschappen die bevoegd zijn voor de preventieve gezondheidszorg (art. 5, § 1, I, 8°, Bijzondere Wet Hervorming Instellingen)...

Verplichte sneltests

En ook op het tweede punt dat hij signaleert, heeft Geert Vermeir gelijk: de wet verbiedt expliciet biologische tests en medische onderzoeken “om andere redenen dan die welke verband houden met de huidige geschiktheid van de werknemer voor en de specifieke kenmerken van de openstaande betrekking” (art. 3, § 1, eerste lid, Wet Medische Onderzoeken Arbeidsverhoudingen).

Weliswaar kan van dat verbod op grond van koninklijk besluit worden afgeweken. Maar dat is geen eenvoudige “beslissing”, maar moet in de federale ministerraad worden overlegd en niet in het Overlegcomité van de federale en de gemeenschaps- en gewestregeringen (art. 5, eerste lid, Wet Medische Onderzoeken Arbeidsverhoudingen).

Bovendien is een voorafgaande raadpleging vereist van “het raadgevend comité voor bio-ethiek, ingesteld bij het samenwerkingsakkoord van 15 januari 1993 tussen de Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie” (art. 5, § 1, derde lid, Wet Medische Onderzoeken Arbeidsverhoudingen).

Dat brengt ons weer bij het communautaire aspect van de kwestie en bij de conclusie. 

Conclusie

De overlegcultuur die wij kennen, wordt terecht vaak geroemd. Maar het opleggen van sneltests aan werknemers toont aan dat wij soms ook overdrijven: niet enkel aan slagkracht, maar ook aan  juridische onderbouw dreigen de maatregelen te moeten inboeten door een teveel overleg en, vooral, overlegorganen.

Bovendien moet niet alleen een einde gemaakt worden aan de disrupties veroorzaakt door het almaar muterende coronavirus, maar ook aan die welke de niet aflatende opmars van overlappingen en botsingen van federaal en communautair of regionaal arbeidsrecht in stijgende mate teweegbrengen. Ook op dat vlak is de grens van wat houdbaar is, bereikt, zo niet al lang overschreden. In de SoCompactaflevering van deze week, geeft Ann Taghon nog een ander voorbeeld uit de context van het testen.

In welke richting het federaal en het Vlaams arbeidsrecht zich tot elkaar moeten gaan verhouden, is een andere vraag. Misschien geeft “de verklaring van Roeselare” van Hilde Crevits een indicatie. “De visarend of, voor wie van Latijn houdt, de Pandion haliaetus“, stelt betrekkelijk weinig eisen aan zijn leefgebied”, zo leert Wikipedia. Maar voor de blauwvoet, benaming die Hendrik Concience en Albrecht Rodenbach aan die vogel gaven, geldt dat wellicht niet. Ik zou kunnen besluiten met te zeggen dat het laatste niet verbaast omdat de visarend welbeschouwd toch een roofvogel is. Maar ik doe dat niet: wie weet, zou iemand dat wel als een bedreiging beschouwen. 

Willy van Eeckhoutte

 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>