Theoretische praktijktests

De Morgen, zaterdag 13 juni 2020, p. 5

 Problemen met de weergave van dit bericht? Klik hier om het, mogelijk zelfs in een geactualiseerde versie, in een webbrowser te openen. 

 

 Er zijn weinig woorden die zo misbruikt worden als academisch. Het meest voorkomende voorbeeld daarvan is de samenstelling academische zitting.

 Vlaams Woordenboek

Het Vlaams Woordenboek omschrijft academische zitting als “bijeenkomst met officiële toespraken, vaak naar aanleiding van een prijsuitreiking, emeritaat of andere plechtigheid”.  Zo werd de viering van de 150ste verjaardag van de Koninklijke fanfare ‘De Verenigde Vrienden’ van Overmere besloten met een academische zitting. Academische zittingen “besluiten” in de regel vieringen. Dat Karel De Gucht de zitting zelf “besloot”, was het enige daaraan dat misschien een beetje academisch was. Niet omdat hij uit Overmere afkomstig is, maar omdat hij een (al dan niet jolly good) fellow is van de Vrije Universiteit Brussel. “Van, aan of over de universiteit” is immers de eerste betekenis van academisch. Zelf worden academische zittingen, zo blijkt uit het voorbeeld dat het Vlaams Woordenboek op de definitie daarvan laat volgen, besloten door datgene waarom het eigenlijk te doen is: “Na de academische zitting volgde een receptie in de Orangerie”.

Vlaamse regering

Van het Vlaams Woordenboek naar de Vlaamse regering is maar één stap. Dat praktijktests worden gevolgd door een receptie, betwijfel ik. Maar de Vlaamse regering noemt ze academisch. Het p-woord mag echter niet worden gebruikt. De regering spreekt, zij het niet uit één mond, van een “academisch monitoringsysteem”. Nog even, zo voorspel ik, en het wordt AMS. Een praktijktest zelf wordt dan wellicht een AMS-je genoemd, om na verloop van tijd te verschrompelen tot ams-je.

Praktijktests

Aan een praktijktest is niets academisch. Aan het systeem daarvan evenmin. Een systeem van tests waarbij onderzoekers nagaan of sprake is van discriminatie, academisch noemen, is dus nep. Even nep als de instrumenten die bij praktijktests worden gebruikt: “via neptelefoontjes of nepmails nagaan of verhuurders en werkgevers discrimineren”, zo luidt de omschrijving die bovenstaand krantenartikel van geeft van praktijktests.

Praktijktests bestaan al, meer bepaald in het sociaal handhavingsrecht, hoewel zij ook daar niet zo worden genoemd. Sinds 1 januari 2018 hebben sociaal inspecteurs het recht aan mystery shopping te doen om de naleving te controleren van de antidiscriminatiewetgeving in arbeidsrelaties. Bij objectieve aanwijzingen van discriminatie, ondersteund door resultaten van datamining en datamatching, mogen zij een onderneming benaderen door zich voor te doen als cliënten, potentiële cliënten, werknemers of potentiële werknemers, om na te gaan of op grond van een wettelijk beschermd criterium gediscrimineerd werd of wordt.

Academisch

De regering wil blijkbaar een nieuw monitoringsysteem invoeren voor zowel de arbeids- als de huurmarkt. Zij noemt het academisch omdat academici het mogen uitwerken. Ze schrikt ervoor terug dat zelf te doen. Als er kritiek komt, kan ze dan de academici met de vinger wijzen. Waar hebben wij dat recent nog gedacht?

Maar academisch in de betekenis van “uitgewerkt door academici” is geen algemeen Nederlands.

Van Dale vermeldt vier betekenissen van het woord.

De eerste twee betekenissen zijn: “behorend tot of betrekking hebbend op een hogeschool of universiteit”. Praktijktests komen wel voor in het wetenschappelijke onderzoek, nl. om na te gaan of een wetenschappelijk of theoretisch uitgewerkt concept ook in de praktijk werkt, zo zegt Van Dale. Maar de praktijktests die de Vlaamse regering wil invoeren, hebben niets met het academisch milieu te maken. Wat men daar doet, hoeft overigens in de praktijk niet te werken.

De tweede betekenis van academisch in de Dikke Van Dale is: “ niet geïnspireerd, alleen naar geijkte voorbeelden werkend”. M.a.w. alles wat een echte academie, zeker de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, níet is.

Ik vrees dat de Vlaamse regering door op praktijktest het etiket “academisch” te plakken, gedacht heeft aan de laatste betekenis van academisch die het woordenboek geeft: “niet praktisch, synoniem van theoretisch”. Wat de Vlaamse regering beslist heeft in te voeren, zijn dus niet-praktische praktijktests. Benieuwd hoe die zullen werken.

Willy van Eeckhoutte   

 

Stel uw sociaalrechtelijke vraag aan SoConsult. Vragen staat vrij en is kosteloos. U betaalt enkel als u akkoord gaat met de opgegeven prijs en timing.

 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>