Was wit zonder RSZ

 De Tijd zaterdag 8 februari 2020, p. 43 

Besparen op RSZ-bijdragen

Als in de onderneming een of ander “flexiplan” bestaat, kan de werknemer niet alleen bij zijn indiensttreding kiezen uit verschillende voordelen die de werkgever aanbiedt, maar vaak ook in de loop van de tewerkstelling een voordeel, bv. de eindejaarspremie of een deel daarvan, vervangen door een ander, bv. (enkel) betaalde vakantie.

Vraag

De vraag waarop ik hier een antwoord geef, is de volgende: kan men een loonbestanddeel waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn, vervangen door een van bijdragen vrij voordeel, zoals bovenstaand artikel in De Tijd laat uitschijnen?

Heeft het Hof van Cassatie niet beslist dat op loon waarvan een werknemer afstand doet, toch socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn?

Antwoord

Inderdaad, maar het arrest waarnaar men dan verwijst, heeft betrekking op een situatie waarin de werknemer en de werkgever een regeling getroffen hadden over de betaling van de eindejaarspremies nadat deze verschuldigd waren geworden. Het initieel recht van de werknemer deed voor de RSZ een recht op bijdragen op die premie ontstaan. Dat de werknemer van het recht op de eindejaarspremie naderhand afstand deed, kan geen afbreuk meer doen aan het al tot stand gekomen recht op socialezekerheidsbijdragen van de RSZ (Cass. 18 november 2002, S.02.0006.N).

Maar als het gaat om een recht dat niet of nog niet ontstaan is, liggen de zaken anders. Bij ontstentenis van een recht op loon, ontstaat ook voor de RSZ geen recht op bijdragen. Dat blijkt uit een arrest van het Hof van Cassatie in een andere zaak, waarin in een dading de werknemer afstand deed van het recht op een opzeggingsvergoeding dat hij maar door een beslissing van de rechter in eerste aanleg had verkregen, de werkgever van het instellen van hoger beroep tegen dat vonnis (Cass. 18 januari 2016, S. 15.0040.F). Het recht op een opzeggingsvergoeding had de werknemer op het ogenblik van het sluiten van de dading gelet op het hoger beroep m.a.w. nog niet definitief verkregen. Het cassatiearrest had betrekking op de situatie waarin voor “hogere” bedienden de opzeggingstermijn (en dus ook het recht op een opzeggingsvergoeding als geen opzegging was gegeven) bij ontstentenis van een overeenkomst tussen de partijen door de rechter werd bepaald (art. 82, § 3, Arbeidsovereenkomstenwet in de versie die van toepassing was vóór de inwerkingtreding van de Wet Eenheidsstatuut).

 Dezelfde redenering moet worden toegepast wanneer een werknemer een voordeel dat loon is waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn, laat vervangen door een ander dat vrij is van die bijdragen. In dat geval heeft hij voor de toekomst geen recht meer op het eerste voordeel, zodat daarop in de toekomst ook geen socialezekerheidsbijdragen meer verschuldigd zijn. Op het voordeel dat in de plaats komt zijn bij hypothese evenmin bijdragen verschuldigd.

Optimaal?

Men kan dit “optimalisatie” noemen, maar dat is het natuurlijk maar van de ene kant bekeken. 

Overigens steekt de wet daar in sommige gevallen een stokje voor: maaltijdcheques, die onder bepaalde voorwaarden vrij zijn van socialezekerheidsbijdragen, ontsnappen daaraan niet als ze een loonbestanddeel vervangen waarop wel bijdragen verschuldigd zij (art. 19bis, § 1, tweede lid, Uitvoeringsbesluit RSZ-wet). 

 

Willy van Eeckhoutte

 

SoConsult beantwoordt al uw vragen over RSZ-bijdragen.

 

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>