Sociaal Compendium Arbeidsrecht - Corpus - Arbeidsbescherming - Arbeidsduur - Begrip arbeidstijd (arbeidsduur) - Algemeen - Beginselen

1619 Begrip arbeidstijd
(art. 19 tweede lid Arbeidswet)

Onder arbeidstijd, in de Arbeidswet arbeidsduur genoemd, wordt verstaan, de tijd gedurende welke het personeel ter beschikking is van de werkgever.

De Arbeidstijdrichtlijn 2003/88 omschrijft in artikel 2.1 arbeidstijd als de tijd waarin de werknemer (1) werkzaam is (2), ter beschikking van de werkgever staat en (3) zijn werkzaamheden of functie uitoefent. Het tweede bestanddeel vereist dat de werknemer juridisch verplicht is de instructies van de werkgever te volgen en zijn werkzaamheden voor hem uit te oefenen (HvJ 10 september 2015, C-266/14 (Federaciόn de Servicios Privados/Tyco)).

Het is de lidstaten niet toegestaan een definitie van het begrip arbeidstijd te handhaven of vast te stellen die ruimer is dan die van artikel 2 van de Arbeidstijdrichtlijn 2003/88 (HvJ nr. C-518/15, 21 februari 2018 (Stad Nijvel), punt 47, JTT 2018, afl. 1310, 241, noot F. LAMBINET en S. GILSON). De omschrijving van arbeidsduur in de Belgische Arbeidswet moet dan ook op dezelfde wijze worden geïnterpreteerd (Cass. 28 november 2016, S.15.0108.F; Cass. 28 november 2016, S.15.0109.F).

De werknemer is niet ter beschikking van de werkgever gedurende de dagen en uren die buiten de voor hem geldende arbeidsregeling vallen, ook al wordt die regeling hem pas enkele dagen tevoren meegedeeld (Cass. 16 maart 1992, Soc.Kron. 1992, 299).

De wettelijke definitie van arbeidstijd doet evenmin als de Arbeidstijdrichtlijn 2003/88 op zich een recht op loon ontstaan (zie Cass. 6 juni 2011, S.10.0070.F, JTT 2011, afl. 1107, 373, situerende noot K. NEVENS, RABG 2011, 1058, situerende noot M. DEMEDTS, JLMB 2012, afl. 3, 136, verklarende noot F. KÉFER en RW 2011-12, nr. 39, situerende noot S. BEUTELS).


>