Stachanovisten en de arbeidstijd

18-2021- 30 april – 6 mei

De periode rond 1 mei is het ideale tijdstip om een arrest te bespreken van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat betrekking heeft op de arbeidstijd. Wordt op de Dag van de Arbeid de invoering van de achturendag gevierd, het arrest waarover het hier gaat, werd uitgesproken in een zaak van werknemers die meer dan dertien uur per dag presteerden. Het waren dan ook academici, weliswaar in Roemenië.

Het Hof beantwoordt in het arrest de vraag of, wanneer de werknemer verschillende arbeidsovereenkomsten heeft gesloten, de verplichting van de Arbeidstijdrichtlijn een minimale dagelijkse rusttijd van elf aaneengesloten uren in acht te nemen in elk tijdvak van vierentwintig uur, per arbeidsovereenkomst moet worden nageleefd dan wel voor alle arbeidsovereenkomsten samen (zie over deze regel in het Belgisch recht: Sociaal Compendium Arbeidsrecht 2020-2021, nr. 1706).

De onderzoekers waarover het ging, hadden een arbeidsovereenkomst voor een bepaald project aan de uitvoering waarvan zij acht uur per dag werkten, maar combineerden die prestaties met arbeidsuren in uitvoering van een ander project, waarvoor zij een afzonderlijke arbeidsovereenkomst hadden gesloten. Daardoor kwam hun totale aantal werkuren per dag op meer dan dertien te liggen.

Het Hof besliste dat de minimale dagelijkse rusttijd van toepassing is op alle overeenkomsten gezamenlijk en niet op elk van de overeenkomsten afzonderlijk.

Maar het Hof spreekt zich uit over een situatie, zoals die aan de orde in de Roemeense zaak, waarin verschillende arbeidsovereenkomsten werden gesloten met dezelfde werkgever. Het vermeldt dat ook uitdrukkelijk in het dispositief van zijn beslissing. Een van de motieven van het Hof van Justitie is dat als de bepalingen over de minimale dagelijkse rusttijd van toepassing zijn op elke arbeidsovereenkomst afzonderlijk, de werknemers onder druk zouden kunnen worden gezet hun arbeidstijd over verschillende overeenkomsten te spreiden, wat de bepalingen hun nuttig effect zou kunnen ontnemen.

Dat argument vervalt in beginsel wanneer een werknemer verschillende arbeidsovereenkomsten heeft gesloten met verschillende werkgevers: moet elk van hen of moeten zij dan gezamenlijk ervoor waken dat de minimale dagelijkse rusttijd van elf uur per periode van vierentwintig uur wordt gerespecteerd voor alle arbeidsovereenkomsten samen?

Het Hof van Justitie beantwoordt die vraag niet. Zij was ook niet aan de orde in de zaak waarin het arrest werd gewezen. Maar de overwegingen die het Hof maakt, laten vermoeden dat het die vraag op dezelfde wijze zou beantwoorden. Het gaat tenslotte over wat het Hof “een bijzonder belangrijk sociaalrechtelijk voorschrift van de Unie” noemt dat iedere werknemer een beperking van de minimumarbeidsduur waarborgt en dat ook verankerd is in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
 
Willy van Eeckhoutte.
 
BRON: HvJ 17 maart 2021, C-585/19, Academia de Studii

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>