's Zondags vrij(willig werken)

De Tijd, donderdag 1 juli 2021, p. 4

1971 – 1996

“De wet op thuisarbeid” van 1971 maakte mij ongerust: was ik die vergeten of had ik die vijftig jaar lang over het hoofd gezien? Het eerste zou mij minder verwonderen dan het tweede. Maar gelukkig blijkt geen van beide het geval: die wet bestaat niet.

Wat wel bestaat en de gesprekspartners van Peter Suy in De Tijd wellicht bedoelen, is artikel 3bis van de Arbeidswet. Die wet is inderdaad van 1971. Maar artikel 3bis werd eerst in de Arbeidswet ingevoegd in 1996, toen ook in de Arbeidsovereenkomstenwet titel VI werd ingelast, met de contractuele regels die gelden voor de “overeenkomst voor tewerkstelling voor huisarbeid” (de arbeidswetgever schenkt thuis nooit t). Als men aan de wetgeving over thuiswerk een datum wil koppelen, dan is 1996 een beter jaartal dan 1971.   

De bepalingen van hoofdstuk III, afdeling I, van de Arbeidswet, zijnde die over de zondagsrust, zijn niet van toepassing op huisarbeiders, aldus het eerste lid van artikel 3bis van de Arbeidswet. Het eerste artikel van die afdeling, artikel 11 van de Arbeidswet, bepaalt dat het verboden is werknemers op zondag tewerk te stellen. Dat verbod geldt dus niet voor wie thuiswerk, d.i. huisarbeid, verricht.

Sectorniveau

De twee vakbonden die weigerden de ondernemings-cao te ondertekenen, menen klaarblijkelijk dat “de wet op thuisarbeid” misbruikt wordt omdat KBC zondagsarbeid wil invoeren zonder dat daarover afspraken zijn gemaakt op sectorniveau.

Het is inderdaad zo dat het tweede lid van artikel 3bis van de Arbeidswet in de mogelijkheid voorziet om bij koninklijk besluit “op voorstel van het bevoegd paritair orgaan” de bepalingen van de wet die niet van toepassing zijn op huisarbeiders, waaronder het principieel verbod van zondagsarbeid, toch geheel of gedeeltelijk op hen toepasselijk te verklaren en dat bij ontstentenis van een voorstel van de sectorale sociale partners te doen "na advies van de Nationale Arbeidsraad.”

Maar een koninklijk besluit dat nachtarbeid toepasselijk verklaart op huisarbeiders, is er niet. 1996 ligt intussen al 25 jaar achter ons. Men kan niet blijven wachten.

Thuisarbeid is geen telewerk...

Een ander argument dat een van de niet-ondertekende vakbonden aanhaalt, is dat KBC vrijwillig telewerk “meteen gelijkschakelt” met thuiswerk, terwijl “er al adviezen zijn van de Nationale Arbeidsraad die stellen dat thuisarbeid en telewerk niet dezelfde dingen zijn.”

Om tot die laatste conclusie te komen, hebben wij de Nationale Arbeidsraad niet nodig. Een woordenboek volstaat: niet alles wat zich thuis afspeelt, is tele (hoewel de grens soms flinterdun is, vooral bij kinderen).

Het verschil blijkt ook uit de juridische regeling. In de definitie die de CAO nr. 85 geeft van telewerk, komt duidelijk naar voren dat van telewerk maar sprake is wanneer als wordt gewerkt “met gebruikmaking van informatie- technologie” (art. 2, 1ste lid, CAO nr. 85). Om te kunnen spreken van huisarbeid, geldt geen soortgelijke beperking (art. 119.1 Arbeidsovereenkomstenwet).

... maar telewerk is wel huisarbeid

Wat de plaats van de arbeid betreft, komen de definities van huisarbeid en telewerk echter wel overeen:

  • telewerk wordt “buiten die bedrijfslocatie ”uitgevoerd, “in de woning van de telewerker of in elke andere door hem gekozen plaats” (art. 2, 1ste lid, en 4, 1ste lid, CAO nr. 85);
  • huisarbeiders werken “in hun woonplaats of op elke andere door hen gekozen plaats” (art. 119.1, 1ste lid, Arbeidsovereenkomstenwet).

Telewerk is dus per definitie huisarbeid.

Conclusie

Drijfzand zie ik niet bij het experiment van de KBC-zondagsarbeid en ik voel mij er evenmin in wegzakken. Het nihil obstat van de christelijke vakbond lijkt juridisch verantwoord.

Willy van Eeckhoutte

Archief

Gebruik het zoekvenster bovenaan rechts om te zoeken in de vorige afleveringen(vanaf 1 januari 2018).

Klik hier voor de afleveringen van voor 1 januari 2018.


Inschrijven

Vorige artikels


Andere kanalen

>